Ik plaats een vrij bekend gedicht.
De tuinman en de dood
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: 'Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!' -
Van middag -lang reeds was hij heengespoed-
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
'Waarom,' zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
'Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?'
Glimlachend antwoordt hij: 'Geen dreiging was 't
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.'
S
uit: Verzameld Werk van P.N. van Eyck (1887-1954)
Mijn tocht naar Wenen heeft weinig, zeg maar niets geholpen. Terwijl ik toch behoorlijk snel heb doorgefietst. Aan het voortschrijden van de tijd valt niet te ontkomen.
Van aller, aller, aller oudste jongere ben ik nu jongste jongere oudere. Fijn om weer eens de jongste te zijn.
vrijdag 6 mei 2011
Vijftig
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
09:46:00
3
reacties
dinsdag 3 mei 2011
Kloosterbezoek
Sinds Regensburg al wind tegen. Dat zijn 5 dagen achter elkaar. En niet een beetje wind tegen, op een gegeven moment zag ik de Donau de andere kant op stromen. Dacht ik. Vandaag gelukkig een rustdag, en vanaf morgen zou de wind uit zijn normale richting moeten waaien: West!
Vandaag is het ijskoud, met af en toe een regenbuitje. Ik heb mijn borstrok maar aangetrokken (Één van mijn favoriete woorden, borstrok. Altijd blij als ik hem, of is het een haar, kan gebruiken, borstrok.).Over 2 dagen tref ik Gwen in Wenen, het is totaal nog 120 kilometer, dus dat zou moeten lukken. De lange afstanden aan het begin, toen het nog lekker warm was, betalen zich uit.
Ik zit in Melk, aan de Donau uiteraard, bekend van het 'barokste' klooster van heel Oostenrijk. Ik heb het vanochtend bekeken, en inderdaad de Benedictijnen hebben er iets heel moois van gemaakt. Als katholiek (soort van, of in ieder geval dan van origine) zoek ik in religie altijd overdaad en tierelantijnen. Er moeten plaatjes en beelden bij, liefst zo veel mogelijk. In het klooster van Melk hangen de gouden engeltjes in dikke trossen aan de muren. Op de hoge gewelven gebeurt er teveel om op te noemen. Heiligen, huifkarren, o nee, meer strijdwagens, vrouwen met blote borsten, alles zweeft door elkaar. En passant wordt er nog even een driekoppige draak de hersens ingeslagen. O, en die kleine onschuldige dikkige engeltjes, één ervan jaagt een speer in iemand zijn schouder. Alleen God de vader zit er tamelijk bedaard bij. Of zou het Mozes zijn, hij heeft een boek in zijn handen. Nee, dan zouden het stenen tafels zijn, toch God de vader.
Motto van de Benedictijnen is, zo leerde ik, ora et labora et leger (klopt dat wel qua vervoeging, vast niet, lega?). Bidden, werken en lezen. De oude bibliotheek is schitterend. Ik hoef hem niet eens beeldend te beschrijven, haal de DVD van 'In de naam van de Roos' maar uit de kast. Alleen de wenteltrap die in het verhaal bijna eindeloos door wentelt gaat in het echt maar één verdieping omhoog.
DUITSLAND PRAKTISCH
Nog wat nagekomen Duitsland info. Voor degenen die binnenkort ook via Duitsland naar Istanbul willen gaan fietsen.
De bewegwijzering voor fietsers is in Duitsland over het algemeen dik in orde. Fietsroutes zijn vaak meer voor recreatie dan voor dagelijks vervoer bedoeld. Toen ik een fietsroute dacht af te snijden door een stukje over het 'gewone' fietspad langs de doorgaande weg te gaan bleek dat pad opeens bij het volgende dorp op te houden. Daarna was er alleen nog maar de drukke tweebaansweg.
Gwen en ik hadden het in Berlijn al eens geconstateerd. Het lijkt in Duitsland vrij gebruikelijk om drankflessen na lediging kapot te gooien. Op de fietspaden, tenminste in de steden en stadjes, lijkt het vaak alsof het net Koninginnedag is geweest. Ik ben gelukkig tot nu toe, qua banden, lekvrij gebleven, maar zat soms behoorlijk te vloeken als de scherven echt niet te vermijden waren. In Zuid-Duitsland was dit trouwens veel minder.
Er is veel minder scheiding tussen fietsers en voetgangers. Fietsers worden meer gezien als een speciaal soort voetgangers. Dat heeft voor en nadelen. Je wordt niet kwaad aangekeken als je fietst in een winkelcentrum, of op een toeristische wandelboulevard. Aan de andere kant moet je in steden en dorpen vaak op de stoep fietsen. Niet echt handig, vooral niet als ze weer eens bij een kruising zijn vergeten de stoepranden te verlagen. Je mist ook de lol om met hard gebel een verschrikte voetganger/toerist van het fietspad te jagen. (Één van de dingen die ik echt mis sinds mijn verhuizing van Amsterdam naar Utrecht.)Uit eten is goedkoper dan in Nederland. Als ik tussen de middag ergens at dan was meestal minder dan 10 Euro. 's Avonds kan het gemakkelijk voor 15 Euro. En dan is er nog de onvolprezen Döner of de Bockwurst mit Pommes. Ik ging, dat zal duidelijk zijn, niet voor de haute cuisine, meer geld kan je altijd kwijt. Gutbürgliche Küche, dat stond er vaak met trots op de establishementen waar ik terecht kwam.
Nog een speciale vermelding voor 'Suzie's Schnitzel Paradies'. Ik zou zeggen een Bib Gourmand (volgens de Michellin gids goede prijs kwaliteit verhouding, een omweg waard). Het was in Niedernberg, ergens halverwege Zuid-Duitsland. Op één van de warmste dagen nam ik eerst maar een grosse cola. Dat was een halve liter, niet van dat kinderachtige, gross ist richtig gross. Als eten een spaghetti Bolgnese, en daarbij nog maar een grosse Cola. De bediening van Suzie was Spitze. Voor minder dan 10 euro reed ik daarna één van mijn sterkste middagen. Ik ben nog steeds benieuwd naar de schnitzels.
Hotels en pensions? Vrij gemakkelijk te vinden. De meeste touristeninformatie winkels waren dicht als ik aankwam. Maar altijd was er buiten wel iets voor handen, een folder, een computerscherm, waarmee je zelf een plek kon vinden. Prijs? Ik had als absoluut maximum 50 euro gesteld. In de echt grote steden ging dat net, daarbuiten was het meestal rond de 30 tot 35, en altijd inclusief een goed ontbijt. Bijna altijd buffet zodat je als fietser flink wat calorieën kon innemen.
De Oostenrijkers gaan wat losser om met de informatie die ze verstrekken. In Mauthausen had ik in het foldertje van de toeristeninfo gezien dat de buurman kamers verhuurde voor 28 euro. Ik er naar toe. 45 euro. Hmmm, behoorlijk verschil. Ja, het foldertje was van vorig jaar. Hmmm, inflatie gaat hard in Oostenrijk. Hier in Melk bleek een aangekondigde 21 euro er 42 te zijn. Twee keer zoveel.
Ik zit nu boven een Grieks-Mexikaans-Italiaans restaurant met Turkse eigenaren. Die vettige Griekse gyros lucht komt als onbetwiste winnaar uit de bus in de strijd tussen de verschillende keukens.
Als laatste culinaire nieuws uit Oostenrijk: salade met wiener schnitzel reepjes.
En als afsluiting van Duitsland een stuk of 40 foto's geselecteerd.
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
18:17:00
2
reacties
maandag 2 mei 2011
Mauthausen
Gisteren het voormalige concentratiekamp Mauthausen bezocht. Er waren verschillende tentoonstellingen. Als je het allemaal weer ziet, fotomateriaal, filmpjes, verhalen van overlevenden, de barakken en de executieruimtes, dan was het toch nog weer veel erger dan dat je je in je ergste nachtmerries kan voorstellen. Als het absolute kwaad ooit bestaan heeft dan was het hier, midden in Europa. Midden in de ‘beschaving’. De schaal, de industriële uitvoering, de ideologische onderbouwing, nergens anders is de ontmenselijking zo ver gegaan.
Het Israëlisch/Joods en het Bulgaars monument
Op het complex is een groot terrein vrijgemaakt waar vele landen een eigen monument hebben opgericht. Dat is op heel verschillende manieren gedaan. De toen nog communistische landen kiezen in het algemeen voor grote afmetingen. De teksten gaan over het volk dat geleden heeft. Een paar keer worden er vechtende soldaten verbeeld. Het Nederlandse monument bestaat uit een halfopen stenen gang met aan twee kanten lijsten met namen. Het Italiaanse monument is het meest op het individuele lijden gericht. Op een muur is het een wirwar van gedenkplaatjes in alle maten en vormen. Met persoonlijke teksten, soms foto’s.
Ook al eerder gezien, maar het blijft verbijsterend, de foto’s van relaxende SS-ers. Even bijkomen in het zonnetje na een dag van vernederen, aftuigen en moord. Niets in hun houding laat zien dat ze hun werk niet als de normaalste zaak van de wereld beschouwden. Kan dat zo geweest zijn?.
Het kamp ligt in haast liefelijke Oostenrijkse heuvels. Tegenover de steengroeve waar de meeste gevangen te werk waren gesteld, en soms ter plekke doodgeslagen werden, van uitputting omkwamen, of in de afgrond werden gegooid, liggen een paar boerderijen. Hoe was dat voor de mensen die daar woonden. Gingen ze gewoon door met het land bewerken. Veel keus hadden ze waarschijnlijk niet. Hoe was het voor de overige bewoners van Mauthausen. Nadat de Amerikanen het kamp hadden bevrijd dwongen ze de plaatselijke bevolking te helpen met het begraven van het enorme aantal lijken dat niet meer door de Nazi’s was gecremeerd. Voor ontkenning was in ieder geval geen plaats meer.
Het was een grijze, donkere dag. Gepaster had het niet geweest kunnen zijn. Ik heb een aantal foto's overgezet. Klik hier.
PS: Over een ander kwaad. Als voormalig Pakistan deskundige een regel commentaar. (Als reisbegeleider tot september 2001 een stuk of 10 keer de Karakoram-highway afgereden. Peshawar, Rawalpindi/Islamabad, en bij wijze van toeristisch uitje met gewapende escorte de tribal areas en de grens van Afghanistan bezocht.)
Osama Bin Laden gepakt. Niet in zijn eentje, verscholen in een diepe grot in de tribale gebieden. Nee, hij woonde een uurtje van Islamabad, gezellig met vrouwen en kinderen. Als we met de groep een afslagje eerder op de snelweg hadden genomen dan hadden we er zomaar een interessante excursie bij gehad. Op de foto met Bin. Pakistan, fijn zo'n bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme.
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
09:37:00
0
reacties
zaterdag 30 april 2011
Rustig aan
Ik heb twee dagen achter elkaar slechts 60 kilometer gefietst. Een geniaal concept. Het lijkt wel vakantie. Zelfs met uitgebreide pauzes doe je het in een uur of vier. De rest van de dag kun je allerlei andere dingen doen. Zoals de trein terugnemen naar Regensburg, maar daar over zo meteen meer.
In Bogen, de eerste overnachting na Regensburg, heb ik de bedevaartskerk bekeken. Hoog op een heuvel heb je een prima uitzicht en kan je in de kerk het Mariabeeldje zien dat 500 jaar geleden onbeschadigd aanspoelde op een rotspunt in de Donau. Mocht je mee willen lopen met de grote kaarsenprocessie dan moet je op de eerste Pinksterdag in Bogen zijn.
Nu zit ik in Vilshofen nog een klein stukje van de Oostenrijkse grens. Morgen door Passau en dan het volgende land in.
Ondertussen zie ik op tv de samenvatting van de ‘Traumhochzeit’ (Prins William en het burgermeisje Kate). De Duitse tv heeft het nog net niet nagesynchroniseerd, maar de commentator legt werkelijk alles uit. ‘Und jetzt antwortet Prinz William: ja’.
Dat is me sowieso opgevallen de keren dat ik de tv aandeed in hotels. Het zenderaanbod is ‘fast hunderdprocentig Deutsch’. Een enkele keer vond ik CNN op kanaal 37 of zo. Maar geen BBC, Turkse of Franse zenders. Laat staan Studio Sport.
ACHTERGELATEN ZAKEN
De lijst van zaken die ik heb achtergelaten telt tot nu toe drie items:
1. Tandenborstel
2. Fietsbril
3. Meine Handy (ik gok op Die Handy, dus dan toch meine), oftewel mijn mobiel
Ik zal één en ander toelichten.
Ik poets mijn tanden altijd onder de douche (waarom heb je anders een weblog dan om dit soort zaken te vertellen). Ooit las ik het als tip voor mensen die het uiterste uit elke dag willen halen, win drie minuten door tandenpoetsen en douchen tegelijkertijd te doen. Ik doe het meer omdat ik onder de douche staan wel lekker vind.
Thuis geeft deze gewoonte geen probleem, behalve soms wat gesputter van Gwen. In hotels gaat het wel eens mis. Je laat de borstel in de douchecabine liggen, en checkt bij vertrek alles, behalve de douche. Dat overkwam me nu dus ook weer. En nog wel de zaterdag voor Pasen. Toen ik er achterkwam, ’s avonds, wist ik dat ik tot dinsdagochtend tandenborstelloos door het leven zou moeten. Hè, bàh. Ik zou natuurlijk het hotel om een tandenborstel kunnen vragen. Maar wat is dat in het Duits? Zahnenburstel kan gewoon niet goed zijn. Bovendien had ik het idee dat de mensen in het hotel me toch al een beetje een vreemde snoeshaan vonden.
Opeens wist ik het! Voor het schoonmaken van de ketting en cassette (wielerjargon voor zeg maar achtertandwielen) had ik een oude tandenborstel bij me. Hij zag er nogal vettig zwart uit, schoonmaken ging moeizaam. Zelfs zeep hielp niet echt. Maar toen ik er tandpasta op deed, en er mijn tanden mee poetste, kwam hij opeens schoon uit mijn mond. Het vettige zepige smaakje in mijn mond verdween pas na flink spoelen. Maar de paasdagen waren mijn tanden fris en blinkend wit. En ik voelde me meer één met mijn fiets dan ooit. Ik wil het niet meteen iedereen aanraden, maar samen dezelfde tandenborstel delen schept echt een band.
Of ik al bruin ben? Op sommige plekken meer dan andere
Mijn fietsbril verdween opeens van mijn stuur. Ik had op een terrasje wat gegeten, en mijn fiets de hele tijd in het oog gehouden. Daarna nam ik iets verderop een foto. Ik bleef mijn fiets in de gaten houden. Even stond een man met een invalide jongetje in een rolstoel dicht bij mijn fiets, maar alles was afgesloten, wat viel er te halen. Eenmaal terug kon ik nergens mijn fietsbril meer vinden. De enige mogelijke kandidaat voor wederrechtelijke toeeigening was de man met het invalide kind. Voordat ik op het terras was gaan zitten had ik een tijdje rondgereden over de hobbelige keien van het stadje, de bril al in het stuur gestoken. Onwaarschijnlijk, maar misschien was ik hem toen al verloren. Kortom, ik durfde de man niet zomaar te beschuldigen. Ik bedacht wel een slimmere manier, de man vragen ‘heeft u gezien of er iemand bij mijn fiets is geweest want mijn bril is verdwenen’, en dan kijken hoe hij reageerde. Maar zelfs dat deed ik niet. Op de één of andere manier had het met het jongetje te maken. In Regensburg heb ik een bril voor 5 euro gekocht, zit prima.
Gisteravond miste ik opeens mijn mobiel. Minstens eens per dag zet ik hem aan, stel dat er een urgente boodschap van thuis is. Maar nu viel er niets aan te zetten. Tja, ik had hem opgeladen in Regensburg, wist ik al snel. Aan een stopcontact achter een stoel gehangen. Daar hing hij nu misschien nog. Maar dat was ondertussen wel 60 kilometer terug. Fietsen leek me een beetje overdreven. Maar gelukkig was er een station in Bogen. Best een handig ding, zo’n trein. Voor 21 euro was ik in drie uurtjes retour, en weer de blijde bezitter van een mobiel.
OOSTENRIJK ALWEER
Passau, nog net Duitsland
Ondertussen alweer een dag verder. Ik ben aangeland in Oostenrijk. Vandaag bijna 110 kilomeer gefietst. De inhoud van twee relaxte dagen in één dag, daar word je best moe van. Uitgebreider verslag volgt nog. Als eerste constatering alvast: Oostenrijkers lijken wat eerder geneigd tot een gezellig praatje. Duitsers zijn uiterst vriendelijk wat begroeten betreft. In winkels of hotels werd ik bijna altijd door het voltallige personeel met een ‘gutentag’, ‘servus’ of ‘gruss Gott’ ontvangen. Maar van praatjes leken ze niet te houden. Als ik zelf het initiatief nam werd er soms bijna schrikachtig gereageerd. Oostenrijkers toonden zich op deze eerste dag veel meer gezellige leuteraars.
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
22:35:00
1 reacties
woensdag 27 april 2011
Over de top
Gisteren passeerde ik de waterscheiding tussen Rijn en Donau. Een regendruppel kan hier kiezen. Een meter de ene kant op en het wordt via Frankfurt en het Ruhrgebied de Noordzee. Een meter de andere kant op en de tocht gaat via de ‘schöne blauwe Donau’ naar de Zwarte Zee.
Iets verderop moest ik mijn blaas legen. Indachtig de regendruppels plaste ik in een stroompje. Zo, een gedeelte van mij zou in ieder geval de Zwarte Zee halen. Misschien zelfs ooit langs Istanbul en door de Dardanellen naar de Middellandse Zee gaan.
De waterscheiding is hier overigens teleurstellend laag. Nog geen 500 meter. Als je dat bergaf voordeel over 2000 kilometer moet verdelen blijft er weinig van over.
Vandaag voor het eerst de Donau gezien, tenminste op deze tocht. Ik moet zeggen dat ik de IJssel bij Kampen indrukwekkender vind. Bij de samenkomst met het Main-Donaukanaal, waar ik af kwam, was gelijk maar een mini-Ruhrgebied ingericht. De rivier staat duidelijk nog aan het begin van zijn tocht. Om geregelde scheepvaart mogelijk te maken is veel gekanaliseerd en met sluizen afgesloten.
BIJKOMEN
Vandaag ga ik genieten van één van de mooiste dingen van een fietsvakantie: een dag niet fietsen. Het is tijd om kleren te wassen, misschien zelfs de fiets. Een beetje bijkomen van deze ruime eerste week.
Hoezo Nederland het warmst
Met de warmte en de vele kilometers was het soms best zwaar. Om heel eerlijk te zijn, af en toe dacht ik waar ben ik mee bezig, wat is het doel van dit alles. Gelukkig heb ik dat achter de PC op mijn werk ook wel eens. Van paniek is er geen moment sprake geweest.
DE TOCHT
Ruim een week geleden ben ik begonnen, tijd voor een overzicht. Vanuit Kalkar belandde ik in Düsseldorf. ‘Leuk winkelen daar’, vertelde Gwen me toen we ’s avonds contact hadden, en ik van uitputting bijna van mijn stoel viel.
De volgende dag reed ik via Köln, Bonn naar Remagen. In Köln rijdt je prachtig over de Rhein-boulevard door de stad. Ik zag de Dom van achteren, en werd nog gelukkiger toen ik eindelijk de bockwurst scoorde waar ik al kilometers van droomde. Maar dat geluksgevoel verdween weer snel toen ik tussen de toeristenstromen nonchalant op de fiets een kauwgummetje in mijn mond probeerde te stoppen. Ik ging te langzaam, was nog aangeklikt, en viel met fiets en al om, voeten nog vast aan de trappers. Dat ziet er vrij onbenullig uit. Een geschaafde elleboog en twee dagen een pijnlijke schouder was het gevolg.
Bonn was net zo rustig en beschaafd als ik altijd al had gedacht. In Remagen zag ik de restanten van de beroemde brug, de eerste over de Rijn die de Amerikanen in WO II ongeschonden in handen kregen. Mijn fietsboekje beweerde dat de brug daarna zo intensief gebruikt werd dat hij drie dagen later alsnog instortte. Het verhaal bij de brug zelf was anders. Na de verovering had Hitler de verantwoordelijk officieren laten executeren. De dagen daarna hadden de Duitsers de brug zo zwaar gebombardeerd en aangevallen dat hij alsnog was ingestort.
Van Remagen ging het via Koblenz en de Loreley naar Bingen. In Koblenz maakte de bijzonder vriendelijke serveerster op een toeristenterrasje drie fouten in een rekening met twee items. Allemaal in haar voordeel. 'Ach, du Liebe, es ist noch früh'.
Vanaf Koblenz tot Bingen gaat de Rijn door een smal dal. Het is erg mooi, UNESO werelderfgoed. Maar door hetzelfde smalle dal lopen er ook aan twee kanten drukke spoorlijnen en autowegen. De pittoreske stadjes liggen vaak achter deze dubbele barrière verstopt. Ook fietsen gaat niet altijd even ontspannen. Soms zit je op een smal fietspad zonder afscherming langs de weg waar met een kilometertje of 100 per uur overheen geraasd wordt.
Vanaf Bingen werd het landschap weer meer open. Via Mainz en de Main ging ik langs Frankfurt. Het was nog steeds erg warm. Ook in Duitsland zei men, net als in Nederland, dat ze het warmste land van Europa waren. Langs de rivier was Frankfurt één langgerekt stadsstrand. Met bepakking op de fiets was er bijna geen doorkomen aan. Iets voorbij Frankfurt sliep ik in Steinheim, een oud vestingsstadje. Verder de Main en een zijriviertje op kwam ik in Hardheim. Hier werd de route eindelijk wat rustiger. Mede door de Paasdagen waren alle fietspaden vergeven van de toerende fietstoeristen. Iedereen was voorzien van één of meer Ortlieb-tassen. Met mijn vijf tassen spande ik natuurlijk wel de kroon.
Miltenburg, Rothenburg en de kruisweg
Vanaf Hardheim ging je echt merken dat je in Zuid-Duitsland, Beieren kwam. Het Duits werd steeds onverstaanbaarder. Opeens was de groet ‘servus’, of ‘gruss Gott’.
Op eerste Paasdag ging de steilste helling precies langs een kruisweg..
Rothenburg ob der Tauber was mijn volgende overnachting. Schitterend, een zo goed als geheel intact Middeleeuws stadje. Daardoor wel bijzonder toeristisch. Ik schat dat de verhouding bewoners bezoekers ongeveer net zo scheef ligt als in Disneyworld.
Van Rothenburg wilde ik in 2 dagen naar Regensburg zodat ik qua Wenen-aankomst-planning met een gerust hart een dagje rust kon nemen. Het geplande hotel halverwege bleek echter een duistere gelagkamer waar een stuk of 6 bejaarden grote potten bier dronken. Van slaapgelegenheid had men geen weet. Om half 7 moest ik nog eens ruim 10 kilometer verder. Het volgende hotel maakte de extra inspanning echter ruimschoots goed. Dit keer een goed verlichte gelagkamer waar minstens 20 mannen van rond de 60 grote pullen bier aan het drinken waren. Gemütlich zal ik maar zeggen. Het hotel was tevens slagerij, waarbij de verkoop voorin het hotel was, en de koelkamers achterin. Op de gang werd ik steeds vriendelijk gegroet door mannen in wit schort met enorme hompen vlees in hun handen. ‘Gruss Gott’.
Tittingen heette het plaatsje. Een bijzonder mooie omgeving, en heerlijk rustig fietsen. ’s Ochtends kwam ik in twee uur bijna niemand tegen.
Het eerste stukje Donau was als rivier wat teleurstellend zoals ik al schreef. Het landschap maakt wel wat goed. Vervelend zijn de gravelpaden die hier de Donauradweg vormen. Alles komt onder het witte stof. Bovendien heb en ze net vers gravel gestrooid, voor het nieuwe fiets seizoen. Ik moet erg goed opletten met sturen.
Regensburg is een soort Rothenburg in het groot. Daardoor wel meer een ‘gewone’ stad, niet alleen maar toeristisch. Ook alweer UNESCO werelderfgoed trouwens.
SLAPEN
Ik moet mijn spannende overnachtingsverhaal nog afmaken. Ik vrees dat er niet heel van overblijft. Maar als je het meebeleefd had, dan had je ook met kloppend hart in bed gelegen. Denk ik. Oké. de details, oordeel zelf. De kamerprijs was de eerste aanwijzing. 17 Euro. Waarom zo weinig, waarom dan niet gewoon 20 Euro, dat is nog steeds goedkoop. Ik wist het: 7-1 = 6! De oude vrouw die verhuurde was onnatuurlijke zwijgzaam. Waarom keek ze me steeds zo doordringend starend aan. De kamer was onnatuurlijk koud, een kilte die in je botten ging zitten. Als een mortuarium dacht ik huiverend. ’s Nachts werd ik wakker van geritsel. Muizen, ratten, de oude vrouw? Uit voorzorg had ik mijn schoenen tegen de deur aangezet zodat me tenminste bij volle bewustzijn de keel zou worden doorgesneden. In bed, half in slaap, realiseerde ik me de prijs van de twee tweepersoonskamers die ze ook verhuurde. 33 euro. Wat is 3 + 3? Voor die twee kamers plus de mijne kwam er dan precies 666 uit! En voor het douchen bracht ze 1,50 in rekening!
Uiteindelijk viel ik weer in slaap. De volgende ochtend bleek de oude vrouw een gezellige kletser. Wel probeerde ze me nog met bedorven sinaasappelsap te vergiftigen. Maar dat had ik naar 1 slok al door. Daarnaast zat bij vertrek alles wat in mijn linker achtertas had gezeten opeens in mijn rechter achtertas en andersom. Waarschijnlijk om te laten zien dat haar macht groot was, maar dat ze me gespaard had.
Of is het misschien beter dat ik niet meer alleen op vakantie ga? Wordt het me allemaal teveel?
Na deze overnachting zijn de volgende duidelijk minder hectisch verlopen. Ik ben nog wel een keer door het bed gezakt. En ik was in een stadje, Hardheim, waar de twee naast elkaar gelegen hotels zuchtend en steunend op mijn verzoek om een kamer reageerden. Één wilde de kamer nog net laten zien. De ander zelfs dat niet. Na aanbellen kwam er een hoofd uit het raam. Kamer? Oké dan. Eerst zien? Hmm, de buren hebben ook kamers, of anders is er wel een hotel 3 kilometer verder op. Tjuus, hoofd weer naar binnen. Uiteindelijk ben ik maar 3 kilometer verder gegaan.
Mijn huidige onderkomen voor de rustdag: 'Die Katholieke Akademie für Berufe im Gesundheits- und Socialwesen in Bayern e. V.'. Waar die e. V., voor staat, geen idee.
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
10:54:00
1 reacties
vrijdag 22 april 2011
Inzwischen entlang des Rheins
Ik ben aangekomen in Bingen, een stadje langs de Rijn. Er is een museum over de stad en Hildegard von Bingen. Van die laatste had ik wel eens vaag gehoord. Een middeleeuwse kloosterzuster die als eerste allerlei kennis van geneeskrachtige kruiden systematisch verzamelde. En was ze ook niet een soort van filosofe en mystica? En er was ook nog iets met muziek, toch? (oké wikipedia weet het weer veel beter.) Zeker interessant. Maar als ik voor de deur van het museum sta is het half zes. Om vijf uur is de laatste bezoeker naar buiten gewerkt.
Dat is niet de eerste keer dat het me overkomt, dat alles dicht is. Die Ilja Pfeiffer, elke dag een stukje verder dan kom je er vanzelf, heeft gemakkelijk praten (zie eerdere bijdrage). Ik heb geen Russische vriendin bij me, maar moet begin mei in Wenen zijn om Gwen te ontmoeten. Om dat voor elkaar te krijgen ziet mijn dagindeling er nu als volg uit: 7 uur wekker, half 8 ontbijt, tussen half 9 en 9 op de fiets, net iets meer dan 100 kilometer fietsen, overnachtingsplek zoeken -dat is dan zo rond 4-5 uur-, bijzonder uitgebreid douchen, door stadje lopen om te zien wat ik allemaal had kunnen zien als ik eerder was geweest, veel eten, foto’s bekijken en belevenissen opschrijven, om 10 uur naar bed.
Overdag iets bezoeken gaat ook niet echt. Wat moet ik met mijn fiets waarop mijn hele hebben en houden zit.
Op de fiets heb ik er een filosofie bij bedacht. Tijd genoeg om over van alles en nog wat na te denken. Ik zie van alles alleen de buitenkant, niets van de binnenkant. Maar de binnenkant dat is zoveel, daar is geen beginnen aan. Oké, ik geef toe, op de fiets bedacht leek het idee sterker dan wanneer ik het nu zo intik.
HET VERLEDENNog vergeten te melden. In Kalkar, op mijn relaxdag toen Gwen er nog bij was, naar het Joodse kerkhof geweest. Het was een moeizame onderneming. We waren er helemaal omheen gelopen, maar alle hekken bleken dicht. Bij de toeristeninformatie waren ze duidelijk bekend met het probleem. ‘Sie mussen einmahl richtig prügelen’. Met die instructie lukte het. De laatste Joodse begrafenis was in 1969 geweest. Bernard Deczenik, geboren 1892, wat voor leven zou hij hebben gehad?
Met een Duitser waarmee ik een tijdje op fietste besprak ik van alles en nog wat. Uiteindelijk kwamen we ook op de oorlog, en ik vertelde dat Rotterdam was gebombardeerd. ‘Das wusste ich nicht’ zei hij. Nee, niet ‘Wir haben das nicht gewusst’. Bovendien betoonde hij zich duidelijk schuldbewust. Terwijl hij hooguit 35 was, zelfs zijn vader kon nog gemakkelijk van na de Tweede wereld oorlog zijn geweest. Bij psychologie leerde ik ooit dat je zeker drie voorgaande generaties met je meedraagt. Dan zouden zijn kinderen zich ook nog schuldig kunnen voelen.
FERTIG MACHEN
De overnachtingen zijn tot nu toe erg afwisselend. In Düsseldorf ging ik naar de jeugdherberg. Ik had gehoord dat ze ook ‘Einzelzimmers’ hadden. Die waren helaas op, maar ik kon wel in mijn eentje een 4-persoonskamer huren. Dan was ik al voor 4 * 29 euro klaar. Dan toch maar op een gevulde 4 persoonskamer. Kamergenoot één was denk ik een Japanner, maar misschien ook wel een Koreaan. Op alles wat ik vroeg antwoordde hij ‘Only little english’. Kamergenoot twee was een Duitser van tegen de 40. Dan moet je wel echt een loser zijn als je op je veertigste nog in een jeugdherberg zit. De derde kamergenoot kwam om kwart voor 2 ’s nachts opdagen. Hij deed alle lampen aan in ons kamertje, en ging eens rustig zijn bed opmaken. Daarna ging hij met het beddenlampje aan nog een half uur met zijn mobiel spelen.
In Remagen, de volgende overnachting, besloot ik voor een pension te gaan. Er werd me uitgelegd dat er nog wat tijd nodig was om de ‘Zimmer fertig zu machen’. Ach, ik kon nog wel even wachten. Toen ik mijn spullen naar twee hoog had gezeuld zag ik de kamer. Twee kanten van een Ikea bed waren al aan elkaar geschroefd, de rest stond verspreid rondom een uitgevouwen handleiding in een verder lege kamer. Dat was niet helemaal wat ik onder ‘fertig machen’ had begrepen. Ik ging maar in bad dobberen, waar ik verwachtte de luid uitgeschreeuwde Duitse vertaling van ‘maar waar is die kutschroef dan’ op te vangen. Maar het bleef kalm, en ik heb die nacht heerlijk geslapen.
In Bingen is het tot nu toe helemaal een waanzinnig avontuur. Maar dat vertel ik wel als ik weet hoe het afgelopen is. Al wel vast een foto van de plek waar ik mijn fiets mocht neerzetten.
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
21:52:00
2
reacties
dinsdag 19 april 2011
Echt op weg en Waar is Gwen
Op zondagochtend vertrok ik uit Utrecht, 88 kilo zwaar, bijna 50 jaar. Half tien was een half uur later dan de geplande vertrektijd, maar ik bedacht dat ik die vertraging op de gehele rit naar Istanbul wel goed zou kunnen maken. Zwager John had de avond ervoor, na wat glazen wijn, gezegd dat hij misschien ook zou verschijnen om mee naar Istanbul te fietsen. Maar toen Gwen me uitzwaaide moest ik toch alleen vertrekken.
Op zondagochtend beweegt een enkeling zich met kalme pas richting kerk. De overgrote meerderheid verkiest op de dag des Heren het zweet des aanschijns. Hijgend, puffend, rode koppen, met volledige overgave wordt er gerend en geracet op de fiets. Na het pont bij Wijk bij Duurstede krijg ik commentaar op mijn fietsstijl. ‘Hé meneer, tandje erbij, u rijdt te licht’ hoor ik uit een groepje mountainbikers. Nota bene op het moment dat ik ze inhaal. Geduldig leg ik ze uit dat het altijd verstandig is licht te rijden, en helemaal als je lange afstanden aflegt. ‘Waar gaat u dan naar toe?’ Ik houd het maar op ‘Naar Duitsland’. Bescheidenheid siert de mens, ik wil niet steeds iedereen om de oren slaan met ‘Istanbul’. Bovendien heb ik bijna geen bagage bij me, uitleg volgt later. Een al dan niet geuite bestempeling tot ‘halve zool’ lag op de loer.
De Betuwe staat in bloei, zoals te doen gebruikelijk in deze tijd van het jaar. Onder het voorjaarszonnetje ziet het er schitterend uit. Rustig peddelend op een oude smalle rivierdijk tussen Lienden en Kesteren ben ik een tijdje echt helemaal gelukkig. Zoveel is daar niet voor nodig.Bij Erdik zag ik voor het eerst de Rijn, die om redenen die ik sinds de lagere school al niet snap hier de Waal heet. Tot ik ga oversteken naar de Donau zal ik zoveel mogelijk in de buurt van de Rijn blijven.
De grens
Grootste teleurstelling van de dag is de grens tussen Nederland en Duitsland. Op geen enkele manier is hij aangegeven. Er staat een hek, je moet door een smalle doorgang over een schapenrooster heen, en je ben in Duitsland. Had daar niet wat meer van kunnen worden gemaakt?
Na de grens nog een kilometer of 30, en dan arriveer ik redelijk vermoeid bij het hotel van de eerste overnachting. Op het terras zit Gwen, die me die ochtend in Utrecht heeft uitgezwaaid, al achter een biertje. Best een handig ding, zo’n auto.
WAAR IS GWENTerwijl ik dit tik ligt Gwen gewoon naast me in bed. Was dat de gehele reis maar het geval. Ik zou verzekerd zijn van prettig gezelschap, en, als het zou gaan zoals vandaag, mijn bagage zou lekker per auto ter plekke arriveren in plaats van dat ik het allemaal op mijn fiets moet meezeulen. Helaas is dit geluk slechts éénmalig. Vanmiddag is Gwen per auto uit Utrecht vertrokken om me hier in Kalkar op te wachten. Morgen gaan we een dagje samen relaxen. Daarna zal ik het toch echt alleen moeten doen omdat Gwen weer teruggaat naar de verplichtingen in Nederland. Pas in Wenen ontmoeten we elkaar weer.
LATER
Oké, bovenstaande stond al klaar, maar komt nu pas op de blog.
Nog een grote teleurstelling op dag 1, ik moet het even kwijt. Het hotel, hemelsbreed nauwelijks 25 kilometer van de Nederlandse grens, had wel CNN, maar geen Nederland 1, dus geen Studio Sport. Er lag een berg tussen was de verklaring van de receptie. Berg? In Nederland zouden we zo’n bobbel misschien zo noemen, maar Duitsland zou toch echt andere normen moeten hebben. Fietsend bij Nijmegen had ik al oplettend gekeken of er geen overmaat aan treurige blikken en omlaag hangende schouders viel te constateren. Had Ajax NEC misschien een ongenadig pak slaag gegeven, de titelaspiraties niet meer te ontkennen. Vooral ook omdat Twente en PSV eens een keertje niet onverdiend, meestal in de laatste minuut, gewonnen hadden. Het werd me niet echt duidelijk, dus ik kon me niet anders dan verheugen in een spannende Studio Sport. Tja, dat werd dus nos.nl, alleen de uitslagen en de interviews achteraf.
Maar waar ging deze weblog ook alweer over? Fietsen, dat was het. En de tocht naar Istanbul.Bij Kalkar op maandag een dagje gerelaxt met Gwen, pas op dinsdag weer verder gegaan. Hoogtepunt van een fietstochtje op hotel huurfietsen, ik kreeg gelijk zadelpijn, was het zicht op ‘Kalkar Kernwasserwunderland’ of zoiets. De nooit in gebruik genomen Kerncentrale is omgebouwd tot een amusementspark. De enorme koeltoren is van buiten vrolijk beschilderd. En om de 5 minuten komt er opeens een zweefmolen uit omhoog, vol met gillende kinderen. Hoe surrealistisch wil je het hebben. Bij gerucht vernamen we dat éénmaal binnen je onbeperkt ijs en patat kunt eten. Ik zie nu op de foto dat het Kernie’s familieenpark heet. Dan is Dodenwaard, onze stilgelegde (ik had eerst 'uitgebluste', qua betekenis juist, maar misschien nu met de Fukushima-ramp niet helemaal kies) kerncentrale die ik op weg naar Nijmegen passeerde, maar een dooie boel. 'Tote Hose' zoals de mensen die hier wonen zeggen.
Ik stop, anders wordt het veel te lang.
Ik hoop eens in de 2-3 dagen kort en beknopt verslag te doen, en dan vooral van het fietsen. En misschien iets over mijn diepste emoties als Ajax al dan niet kampioen wordt. (Hans)
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
21:24:00
1 reacties
vrijdag 15 april 2011
Laatste voorbereidingen en Mission Statement
Als laatste test ben ik met de volle bepakking van Utrecht naar mijn ouders in Kampen gefietst. Met ruim 20 graden en een lekker windje achter viel het niet al te zwaar. Ook in Duitsland en Oostenrijk schijnt de wind meer dan 200 dagen per jaar uit het westen te komen. Ik heb geen bezwaar, kom maar op met die wind. Mijn ouders, tot over een tijdje
Tijdens pauzes onderweg kon ik na belangstellende vragen minstens 4 bejaarden en de visboer van Putten vertellen over mijn aanstaande tocht. De bewondering was groot, terwijl ik nog niet eens vertrokken ben. Het plan op zich is al voldoende, de uitvoering geen noodzaak.
BEROEPSDEFORMATIE
Al die jaren in de IT kunnen niet anders dan je blik op de wereld beïnvloeden. Opeens zag ik het. Utrecht-Istanbul is een project. Planning, mijlpalen, projectdoelen, liefst meetbaar gedefinieerd, alles zit erin. Hoe kan je de wereld eigenlijk nog anders beschouwen?
Al fietsend naar Kampen flitsten de projectdoelen door mijn hoofd. Misschien kon ik er zelfs een mooi mission statement van bakken.
Hoofddoel: Istanbul halen. Nevendoelen: midlife crisis door-, uit- of beleven (oké, ik geef toe, ik ben wat aan de late kant met die midlife crisis, maar beter laat dan nooit), conditie verbeteren, dat middelbare mannen-gewicht wat naar beneden brengen (tijdens de Tour d’Afrique werd je ondanks 4500+ kcal per dag alsmaar magerder, prettig om je ribben steeds beter te voelen), mijn 50ste verjaardag zo onopgemerkt mogelijk voorbij laten gaan, lekker fietsen door prachtige landschappen en andere culturen.
Maar misschien kan het toch anders. Is niet alles in het leven een project waar je op een meetbare manier beter van moet worden. Onlangs las ik Ilja Pfeiffer ‘de filosofie van de heuvel’. Op een tweede hands race fiets gaat hij samen met zijn Russische vriendin op weg naar Rome. Misschien was zijn doel een lezenswaardig en goed verkopend boek te schrijven. Dat is dan gelukt, het is zeker een aanrader. Maar in het boek verwoordde hij het anders. Alle doelen en planningen moet je vergeten. Het komt allemaal vanzelf. Het enige wat hij hoefde te doen om ooit Rome te bereiken was steeds een stukje verder naar het zuiden fietsen. Zo moet ik het ook doen. Steeds een stukje verder naar het zuidoosten, dan komt het allemaal vanzelf goed.
Nu zondag vertrek ik. (Hans)
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
16:51:00
0
reacties
vrijdag 11 maart 2011
Op weg naar Istanbul
Op een koude, maar stralend blauwe dag in begin maart nam ik de trein naar Leiden. Ik was in het gezelschap van mijn fiets. Vanuit de trein zag ik de ganzen het flinterdunne laagje ijs op de sloten kapot trappen.
Van Leiden fietste ik verder naar Katwijk aan Zee. Op de boulevard bestelde ik bij een viskraam een bakje gebakken mosselen en een broodje makreel.
Wat zou ik zeggen als de visboer belangstellend zou vragen: "En meneer, waar gaat de tocht naar toe?" Een optie was: "O, naar Utrecht" met de zorgvuldig gedoseerde intonatie van "ach, wat stelt het eigenlijk voor". Waarna de reactie bijna gegarandeerd zou zijn: "Nou, toch een behoorlijke rit hoor". Het andere mogelijke antwoord was: "Naar Istanbul". Het "ach, wat stelt het voor" toontje moest dan vanzelfsprekend achterwege blijven. Misschien was dan "niet vandaag hoor" een leuke toevoeging. Maar de vraag kwam niet, en ik kon boven mijn bakje gebakken mosselen rustig wegdromen over de tocht die komen ging.
De Limes (spreek uit Lie-mès) fietsroute (zie bv europafietsers.nl) volgt dwars door Europa de noordgrens van het Romeinse rijk. Van Katwijk naar de Zwarte Zee, langs Rijn en Donau. Katwijk vormt het begin omdat daar ooit de Rijn in zee stroomde. Nu is het laatste stukje van de Oude Rijn niet meer dan een dun stroompje waarvoor de branding al teveel is. Achter een grote dam vlak bij zee is het een kanaal geworden dat via het Groene Hart naar Utrecht leidt.
De dag was koud, zoals gezegd. Er woei een behoorlijke oostenwind. Ik reed minstens 5 keer verkeerd, de eerste keer al na 500 meter. Na 92 vermoeiende kilometers kwam ik in Utrecht aan. Maar sinds Katwijk-Utrecht voelt thuis zijn geheel anders. Pas half april zal ik weer verder gaan. Maar toch, ik ben op weg naar Istanbul! (Hans)
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
09:56:00
2
reacties
vrijdag 5 februari 2010
Van Maastricht naar de Middellandse zee: De groene weg (part 2)
Nog minstens een maand voordat er weer een beetje fatsoenlijk gefietst kan worden. In afwachting daarop dan maar het verslag van onze tocht van afgelopen zomer: van Maastricht naar de Middellandse zee. Ook wel bekend als de Groene weg (zie website: http://fietskaartinformatiestichting.nl/routes/groenweg/route.htm).De cijfers:
Totaal afgelegd: 1340 kilometer
Afgelegd in: 18 fietsdagen (op een totale vakantie van 24 dagen)
Netto fietstijd totaal: 79 uur 13 minuten en 34 seconden (honderdsten afgerond)
Gemiddelde netto fietsdag: 79/18 is ongeveer 4 en een half uur
Gemiddelde: 16,9 km/uur
Langste dagrit: 127,5 km
Tevens de langste netto fietsdag: 6 uur 44 minuten
Laagste daggemiddelde: 14,1 (dag 2 in de Ardennen)
Hoogste daggemiddelde: 19,1 (dag 17 Valreas-Avignon)
Lekke banden: Gwen 1, ik 0.
Net voor vertrek nog 4 nieuwe Schwalbes-marathon-supremes gekocht. De fietsenmaker had bij de onderhoudsbeurt niet gemerkt dat je zo een stuk uit de band kon trekken. Geen klachten over de Schwalbes, iets van 8.000 km mee gereden. Het is niet voor niets (40 euro per band), maar dan heb je ook wat. Hoewel, 2 keer 40 is 80 euro voor 8000 km, 1 cent per km, daar kan je niet echt over klagen.
Ons fietsschema was als volgt (Dag-bestemming-afstand):
1. Maastricht-Spa (België) 67,0 km
2. Moulin de Bistain 65,6 km
3. Ingelsdorf (Luxemburg) 77,0 km
4. Volstroff (Frankrijk) 95,8 km
5. Chateau Salines 81,1 km
6. Charmes 90,3 km
8. Port sur Saone 110,0 km
9. Marnay 70,5 km
10. Poligny 69,1 km
11. Cernon 60,0 km
12. L'Isle d'Arbeau 127,5 km
13. Hauterives 69,6 km
15. Crest 84,1 km
16. Valreas 60,7 km
17. Avignon 76,1 km
18. Aigues Mortes 98,3 km
20. Palaves les Flotes 27,6 km
24. Vliegveld Montpellier 11,8 km
Vanaf Arles (Zuid-Frankrijk, dag 18) reden we een andere route dan de Groene weg. We moesten eindigen in de buurt van het vliegveld van Montpellier. Aiges Mortes is zeker een bezoek waard. Een ommuurd stadje midden in de zoutvlaktes en moerassen van de Camargue. Wel hypertoeristisch. Palaves les Flotes is ook vooral een toeristen oord. Maar je kan er lekker dobberen in de Midellandse zee, terwijl Montpellier een half uurtje met de bus is.
EXCESS LUGGAGE
Dit was onze eerste lange tocht met al onze bagage op de fiets. Dat is terug te vinden in het gemiddelde. In Afrika reden we over 9000 kilometer, zeker niet 100% geasfalteerd, gemakkelijk een totaal gemiddelde van boven de 20 km/uur. In Frankrijk, op het gladde asfalt, haalden we dat zelfs geen enkele individuele dag.
Nu had ik het qua bagage, in mijn onervarenheid, ook wel een beetje overdreven. Ik was benieuwd naar het gewicht, maar thuis optillen op de weegschaal lukte niet echt. De hoeveelheid kilo’s bleef onbekend. Wat niet weet wat niet deert ging echter niet op. We namen van Utrecht naar Maastricht de trein, ik kreeg mijn fiets er nauwelijks in getild.
Na twee dagen fietsen had ik na een herselectie één volle achtertas met ‘overbodige bagage’. Dat was vooral kleding. Terwijl ik uit Afrika had kunnen weten dat 1 t-shirt en 1 broek precies genoeg is voor een hele week, of in ieder geval tot de volgende rustdag. Op die rustdag schakel je dan over naar je andere stelletje, doet een wasje, zodat je een week later weer kan wisselen. Enzovoorts.
Behalve het over 3 weken uitgesmeerde leermoment: ‘Beperk je bagage tot het uiterste’, wat kan ik nog meer melden over de tocht?
De Ardennen zijn best steil. Daar heb je naar boven last van, maar ook naar beneden. Binnen 100 meter ga je veel te hard. Een afdaling is niets anders dan constant remmen. Op die manier heb je weinig profijt van alle energie die je aan het bergop fietsen hebt besteed.
Geen Ardennen, toch best pittig
Verderop in Frankrijk werd het meer glooiend. Soms zelfs zo prettig dat je met de vaart van de vorige helling af bijna weer de volgend opkwam. Maar er bleven toch ook pittige klimmetjes komen. We verheugden op ons op het stuk na Orange (stad in Z-Frankrijk), lekker plat. Daar aangekomen zaten we opeens in temperaturen van rond de 40 graden zodat er nog steeds geen sprake was van gemakkelijke ritjes.
De route was schitterend. De benaming Groene weg is een juiste. Vanaf de buitenwijken van Maastricht tot de eerste huizen van Orange was het bijna louter platteland, dorpjes, af een toe een enkel bescheiden stadje. De enige uitzondering was Luxemburg stad, maar daar ga je langs een riviertje, door stadsparken en de oude stad.
Ik wist niet dat er nog zoveel platteland was in West-Europa. In Noord-Frankrijk zijn het vooral uitgestorven dorpjes. Het is een uitzondering als je iemand op straat ziet. Winkels zijn soms moeilijk te vinden. Een enkele keer hadden we geluk, en ontmoetten we de Franse versie van de SRV-wagen.
Verderop werden de dorpjes langzaam levendiger. Het zag er wat beter onderhouden uit, er waren geen dichtgetimmerde en verlaten huizen meer. Hoe verder we naar het zuiden reden, hoe zichtbaarder de toeristische sector werd. Dat heeft zijn voors en tegens. Opeens vonden we onszelf onder de platanen op een terrasje aan een heerlijk maal en een fles wijn ernaast. Eerder was het vaak instant maaltijden van de Aldi op een campinggasje opwarmen. Dat klinkt een stuk minder, maar was ook geweldig. In de buitenlucht na een dag fietsen is elk maal overheerlijk.
Anderen waren ook op weg
IDEEEN
Ik check nog even in mijn opschrijfboekje wat ik onderweg aan summiere aantekeningen heb gemaakt. Heb ik niets belangrijks vergeten?
Onder het kopje ideeën zie ik staan: Minder bagage (+lijstje van minimaal benodigde spullen), alles een vaste plek, stevig stoeltje mee (mijn stoeltje begaf het na een week, regelmatig mocht ik daarna op die van Gwen zitten. De lieverd). Nou, dat zijn hele goede ideeën!
Van ‘on the road’ lees ik de notitie dat pas op de vierde camping, al lang en breed in Frankrijk, de Nederlanders niet meer in de meerderheid waren. Bij de eerste camping, in de buurt van Spa, probeerde ik Frans te spreken. De man achter de balie lachte me uit, en vertelde met een accent van ver boven de grote rivieren dat zijn Frans na 3 jaar in Spa ook nog steeds niet al te best was. Negentig procent van zijn gasten was Nederlands. Ik had het kunnen weten. Naast de balie lag een enorme stapel van de krant van wakker Nederland.
In Noord-Frankrijk waren de enige Nederlanders die we nog tegenkwamen mede-fietsers. Verder naar het zuiden nam de Nederlander-dichtheid uiteraard weer toe.
FRIKANDELLEN
De culinaire genoegens waren in het begin nogal beperkt. Of we warmden zelf op ons gaspitje wat op, of we gingen voor wat de camping serveerde. Dat laatste viel vaak niet mee. De keus ging tussen speklapjes, frikandellen of gehaktballen, alles geserveerd met patat natuurlijk. Op de eerste camping in Luxemburg ontwaarde ik opeens een salade op het menu. Voor de lichte trek zei de mevrouw van de camping. Onder 8 plakken ham en 8 plakken kaas vond ik wat gesneden ijsberg-sla, verdronken in slasaus, met spekjes. Omdat dat met gemak in een holle kies past lag er voor alle zekerheid nog een gebakken ei boven op. Eindconclusie, niet perse gebaseerd op het bovenstaande: het was een geweldige tocht. We fietsten door prachtige landschappen. Dorpjes, stadjes, bergen, vlaktes, stuwmeren, rivieren en kleine beekjes, en uiteindelijk de Middellandse Zee, alles zat erin. Afzien in regen, kou maar ook enorme hitte. Heerlijk bijkomen op de camping in je tentje, alle geluiden van het buiten slapen om je heen. Nog meer genieten van af een toe een rustdag. En de dag erna, nog heerlijker, weer terug op de fiets.
Ik wil weer!!! (Hans)
PS: voor alle foto's hier klikken .
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
20:14:00
0
reacties
zondag 13 december 2009
Van Maastricht naar de Middellandse zee
Na anderhalf jaar zowaar nieuw leven in onze weblog. Wel onder het motto 'beter laat dan nooit' en eigenlijk ook 'beter iets dan niets'. In juli en augustus van dit jaar zijn we van Maastricht naar de Middellandse zee gefietst. De foto's zijn gesorteerd en geplaatst. Daar blijft het voorlopig bij. Een verslag zal volgen, ooit. (Hans)
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
12:19:00
1 reacties
woensdag 18 juni 2008
De evaluatie part 3 (inclusief een flinke portie nostalgie, of misschien zelfs weemoed)
Het loont om door te schrijven ook al is de tour allang ten einde. En niet alleen om het vuurtje van onze weemoed naar de tour op zijn minst smeulend te houden. Vorig week kwam er zelfs een heuse vraag binnen over de banden die we gebuikt hebben. Gwen heeft al via de vragensteller zijn weblog geantwoord, maar ik zal het hier even kort herhalen.
ONZE BANDEN
We reden op de Schwalbe Marathon XR en Supreme. De Supreme is meer bedoeld voor de verharde weg, de XR voor de meest extreme omstandigheden. Volgens de kwalificaties van de fabrikant ga je met de Supreme voor snelheid, met de XR voor grip en schokbestendigheid. Gwen heeft een tijdje ook op asfalt op de XR gereden, terwijl ik de Supreme erop had. Het verschil leek vooral psychologisch te zijn. Zo’n gladde band voelt een stuk sneller. Maar van een duidelijk onderling verschil in snelheid was geen sprake.
Al onze lekke banden (6 in totaal) waren met de Supreme. Overigens zijn er allerlei goedjes die je in je binnenband kan spuiten en beloven lekke banden te voorkomen. Onze medefietsers Henk en Louise gebruikten zoiets, zij haalden Kaapstad zonder een enkele lekke band.
Het goedje heet Joe’s Special Stuff volgens hun weblog, maar als ik google vind ik alleen maar recepten voor hamburgers met ui met champignons. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Henk en Louise zijn beide overtuigde vegetariërs, en bovendien zeker geen fans van de Amerikaanse (eet-)cultuur.
Luna
OP DE TOILET
Onder deze wervende titel plaats ik de eerste, en misschien wel enige, aflevering uit de serie “mooie, onuitwisbare herinneringen”. Niet omdat er een gebrek aan onuitwisbare herinneringen zou zijn, maar veel is natuurlijk al eerder gemeld.
Het gaat om een omschrijving van een beeld, een momentopname, in Ethiopië. Maar voordat het beeld ten volle gewaardeerd kan worden moet ik eerst wat zaken uitleggen.
Kennismaken met de lokale cultuur in Ethiopië is niet entree betalen om in een zaaltje een mooie klompendans te aanschouwen, of op een braderie een sigarenmaker in actie zien. Het dansen en zingen wordt ook gedaan als er geen toerist in zicht is, alleen voor het eigen plezier. Als er wel buitenlandse bezoekers in de buurt zijn willen de Ethiopiërs ook wel eens spontaan tot een dans komen. Praten gaat vaak moeizaam door de taalbarrière, dans en gezang is een alternatieve manier om contact te maken.
In één van onze kampen in Noord-Ethiopië merkten de kinderen dat wij een bepaalde dans erg leuk vonden. Het bijbehorende gezang was een soort vraag en antwoordspel tussen de voorzanger en de groep. Onder het zingen stampte iedereen met zijn stok op de grond, elke zichzelf respecterende Ethiopiër heeft altijd een stok bij zich, en draaide rond in een cirkel. Die avond zag je steeds weer de kinderen, slechts gekleed in een lange deken, de dans en het gezang opvoeren. (Op http://www.tourdafrique.com/tourdafrique/videos.html staan een aantal video’s. Bij de video tda2008_ethiopia1 wordt het gezang als achtergrondgeluid gebruikt. ).
De volgende ochtend vroeg, heel vroeg, nog in de schemering van voor de zonsopgang, begaf ik me richting toilet. Het was koud en er hingen mistflarden. Het toilet was, zoals gebruikelijk in Ethiopië, een door onszelf gegraven latrine. Een gat met aan twee, hooguit drie kanten iets van doeken gespannen zodat je nog een soort van privacy had terwijl je er boven hing. Terwijl ik gehurkt mijn best deed niet in het gat te vallen, en me tegelijkertijd probeerde te ontspannen, zag ik in de schemering schaduwen bewegen. Een aantal Ethiopiër had de nacht, slechts gehuld in dezelfde deken die ze de hele dag omhebben, in de buurt van ons kamp doorgebracht. In het halfduister waren ze mij gewaar geworden. Er was weer actie, één van de bijna buitenaardse aliens was weer tot leven gekomen! Enthousiast renden ze richting toilet waar ik de noodzakelijke ontspanning niet echt meer voor elkaar kreeg. Zo enthousiast waren ze dat ze spontaan met de stokken op de grond gingen stampen en in het beproefde gezang uitbarsten. De positie waarin ik me bevond leek me niet ideaal om een stukje Ethiopische cultuur tot me te nemen. Ik hees mijn broek op, glimlachte naar de zingende Ethiopiërs, en keerde onverrichter zake weer terug naar mijn tent.
NOG MEER NOSTALGIE
Vannacht droomde ik zowaar over de Tour d’Afrique. We waren net aangekomen in Kaapstad. De tourleiding vertelde dat er nog wat tijd over was, en dat we de tour best nog een keer konden fietsen. Hup, ik zat alweer op de fiets, net als alle anderen, en we waren weer op weg. Nog een keer heel Afrika doorfietsen. Waarom niet, in de droom was het een kwestie van gewoon even doortrappen.
In Nederland fietsen is duidelijk anders dan in Afrika. Niemand zwaait naar je. Zelfs medefietsers van het serieuze type, in fietskleding op racefietsen of mountainbikes, zeggen nauwelijks hallo. Dat is wel even iets anders dan de duizenden keren ‘Salaam’, ‘Jambo’ of ‘Hello’ in Afrika. In Namibië en Zuid-Afrika werd er zelfs door groepjes motorrijders respectvol naar ons gezwaaid.
Tussen haakjes, bovenstaande onderschrijft perfect een vermoeden dat ik al langer heb. Als motivatie voor verre exotische reizen geeft men vaak dat de mensen daar zo anders, zo interessant, of zelfs bijzonder zijn. Maar minstens zo belangrijk is misschien wel het feit dat we daar zelf zo bijzonder en interessant zijn. Opeens ben je iemand. Wildvreemden nodigen je uit voor de thee bij hen thuis, hangen aan je lippen als je vertelt over het verre vreemde Westen, laten je zelfs op de toilet niet met rust. Als vanzelf ben je opeens een VIP, en dat is geen onprettig gevoel.
Zoey
Op een Nederlands fietstochtje waren er wat opgeschoten lagere school jongetjes. Ze schreeuwden ‘hé fietser’, en één gooide zelfs iets in mijn richting. Een dennenappel waarschijnlijk. Maar dat haalde het niet bij Ethiopië natuurlijk. Daar hadden de kinderen soms complete hinderlagen gelegd, en vlogen de projectielen aan alle kanten om je oren. Wat waren we kwaad, maar nu zijn het bijna mooie herinneringen geworden. Elke fietstocht was een avontuur, in dat licht stelt Utrecht-Bunnik-Zeist-Utrecht wel eens teleur.
FOUTE MANNEN
De foto’s hebben helemaal niets van doen met Afrika of fietsen. (Die vind je nog wel onder bv Links-Ethiopie 2008.) Het enige doel is om de site wat leesbaarder te laten lijken, niet gelijk af te schrikken met een enorme lap tekst. Het zijn Luna en Zoey. Luna woont sinds bijna vier weken bij ons. Zoey, haar dochter, moest in het asiel eerst nog een blaasoperatie ondergaan. Zij is nu twee weken hier.
Luna is een rustige, beetje verlegen, nette dame. Waarschijnlijk valt ze op foute mannen, want Zoey heeft duidelijk wat wildere genen. In het begin moesten ze weer aan elkaar wennen, door de operatie van Zoey hadden ze elkaar vier weken niet gezien. Nu wordt er weer volop gestoeid, waarbij het maar af en toe uit de hand loopt. Favoriet spelletje is elkaar besluipen, vanuit een hinderlaag aanvallen, en vervolgens achter elkaar aan rondjes rennen door het huis. (Hans)
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
23:44:00
1 reacties
maandag 9 juni 2008
De evaluatie part 2
Google analytics laat zien dat er nog steeds mensen naar onze weblog kijken. Waar vraag is moet aanbod komen, dat is één van de principes waarop ons economisch systeem is gebaseerd. Wie ben ik om me daaraan te onttrekken. Eens kijken of er nog wat te melden is.
FILMPJES
Vanuit wat duistere directories op onze laptop hebben we de laatste filmpjes opgeduikeld. De selectie staat nu op volgorde in ons Picasa webalbum Filmpjes. Als je op diavoorstelling drukt worden ze achter elkaar afgespeeld. Bij elkaar is het zowat voldoende voor een avondvullende speelfilm. Oké, de spanningsboog zakt af en toe behoorlijk in, en sommigen zijn misschien alleen interessant als je ze het label ‘experimenteel’ geeft. Maar mocht Nederland voortijdig het EK moeten verlaten, val je in een diep gat, dan kan je hier wat afleiding zoeken.
Voor de mensen die alleen voor de highlights gaan, wat waarschijnlijk wel verstandig is: in ‘Hans emotioneel, eindstreep in zicht’ kan ik met moeite mijn emoties bedwingen. In ‘Op het journaal: "taai toer eindig"’ zie je hoe we met de tour het Zuid-Afrikaanse journaal haalden. Het is een mooi voorbeeld van de Afrikaanse taal. De technische kwaliteit is matig, of beter gezegd slecht, maar de diepte-interviews met winnaar Jos en winnares Deb zijn goed te volgen.
(Link naar het journaal-item doet een beetje gek. Eerste keer klikken krijg je een ander filmpje, tweede keer klikken alsnog het journaal-item. Ik vermoed dat het aan Picasa ligt.)
WENNEN
Een vriendin mailde ‘Je ziel reist met de snelheid van een paard’. Ik weet niet hoelang een paard er over zou doen van Kaapstad naar Utrecht, waarschijnlijk langer dan 4 maanden, maar het heeft zeker zijn tijd nodig om weer aan het Nederlandse leven te wennen. Tijdens de tour hoef je je nooit af te vragen wat te doen. Met fietsen, slapen, eten en bijkomen zijn al je dagen gevuld. Thuis moet je opeens weer zelf je dagen vullen. Er is niet meer vanzelf die constante stroom van nieuwe indrukken en ontmoetingen. De afgelopen vier maanden zijn we gewend geraakt aan een hoog niveau van stimulatie, terug in Nederland ga je aan een soort van ‘nieuwe indrukken deprivatie’ leiden. Nu, bijna een maand later, zou ik zeggen dat we bijna weer helemaal in Nederland zitten. Het grootste deel van onze ziel is teruggekeerd, een stukje Afrika hebben we gewoon meegenomen.
SPULLEN
In de eerste evaluatie had ik al gemeld hoe goed onze fietsen zich hadden gehouden. Ik wil voor toekomstige fietsers dat nog wat nader preciseren. Van alle reserveonderdelen, een fikse tas van een kilootje of 15, hebben we met z’n tweeën slechts 4 binnenbanden, 3 kettingen en 4 remblokjes gebruikt. Reserve zadel, stuur, cassettes, spaken, kabels, de meerderheid van onze kettingen, allemaal voor niets meegenomen. Het principe blijft natuurlijk ‘beter mee verlegen dan om verlegen’. Maar het idee dat ik van te voren had dat er van alles kapot zou gaan bleek veel te negatief.
EZELS
Nog wat losse flodders die ik al eerder kwijt had gewild. In Ethiopië liep bijna iedereen, er waren wat fietsers, een enkeling bewoog zich op een ezel. Bijna altijd waren de berijders van de ezels mannen. In de dorpjes waar we doorheen reden was er meestal een soort van kroeg. De kroeg was herkenbaar door Coca-cola of bier reclameborden, een ander herkenningsteken was de grote groep ezels die er voor de deur stond. Terwijl de vrouwen en de kinderen zich een ongeluk sjouwden, meestal ging alles in een grote doek op het hoofd, reden de mannen op hun ezel naar de kroeg.
Ook de fietsen werden bijna alleen door mannen bereden. Dat gold ook later voor Tanzania en Malawi. Vrouwen zaten wel eens achterop, met name in Malawi. Net als bij ons de benen aan één kant, een arm om de man heen geslagen.
In Ethiopië én in Tanzania hadden we een zo goed als identieke conversatie. Onze vraag ‘Why are there no women on bicyles?’ Antwoord: ‘That is not our tradition’. En daarmee was de zaak afgedaan.
Als ik verder mag gaan: de conclusie lijkt gerechtvaardigd alsof er een omgekeerd verband is tussen de mate van economische ontwikkeling van een land en de mate waarin de taken tussen de sexen gelijker en rechtvaardiger zijn verdeeld. In Lusaka, Zambia, opvallend veel rijker dan buurland Malawi, zag je opeens dat mannen zich bemoeiden met hun kinderen. Ze namen ze aan de hand mee, speelden met ze. Ik realiseerde me dat ik dat in de voorgaande landen eigenlijk nooit had gezien. (Hans)
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
13:43:00
4
reacties
dinsdag 27 mei 2008
De evaluatie
Van Cairo naar Kaapstad op de fiets is een makkie. Iedereen, bijna iedereen, zou het kunnen. Mits voorzien van voldoende tijd en geld. Doe de tocht in je eentje, met z’n tweeën, of met een leuk groepje van een mens of vijftien. Neem een maand of zes, of beter nog zeven of acht. Als je per dag zo’n tachtig kilometer van de Tour d’Afrique route aflegt kom je op 150 fietsdagen. Dat heb je met acht maanden een meer dan ruime marge voor rustdagen en leuke uitstapjes, eventueel zonder fiets, zodat je op je gemak kan genieten van al het moois en interessants dat Afrika te bieden heeft. Laat je begeleiden door één of meer minicampers, bij voorkeur fourwheel-drives. In de camper zitten wat bedden zodat kamperen een keus is. Daarnaast zijn ze voorzien van een ruime, goed gevulde vrieskist en koelkast. Bovendien is er een douche en een toilet. Achter het stuur zit een chauffeur die ook verstand heeft van koken, of liever nog een kok die ook overweg kan met auto’s. Klinkt heerlijk, zo’n ‘gepamperde’ versie van de Tour d’Afrique. Mocht je echter wat minder ruim in geld en tijd zitten, of een onbedwingbare behoefte hebben aan lijden en afzien, sterke verhalen willen opdoen voor achteraf in de kroeg of op verjaardagsfeestjes, dan is er gelukkig altijd nog de Tour d’Afrique. Een andere mogelijkheid is, zeker de meest avontuurlijke lijkt me, al je spullen op de fiets te laden, en het helemaal zelf te doen.
DE CIJFERS
Voordat ik aan de ongetwijfeld lange evaluatie ga beginnen de totaal cijfers van onze Tour d’Afrique (cijfers van Hans, tenzij anders vermeld):
Gefietst: 8509 kilometer (Onze boekhouding heeft nog steeds een redelijk hoog Afrika gehalte. Of zou het mijn excel-sheet zijn? Gemiddelde snelheid keer uren op de fiets geeft 8703 kilometer. Waar zijn die 200 kilometer gebleven in de totaalstand?)
In de truck: Gwen 455 kilometer, Hans 105 kilometer
Gemiste Tour d’Afrique kilometers:
Uit eigen verkiezing: ongeveer 2000 kilometer (Addis Abeba – Moyale (Ethiopië) en Lilongwe-Victoria Falls (Malawi/Zambia))
Onvrijwillig: Kenia vanwege instabiele situatie na verkiezingen: ongeveer 1000 kilometer
Totale tijd op fiets: 407 uur en 4 minuten
Gemiddelde snelheid: 21,38 kilometer/uur
Langste dag: 9 uur en 4 minuten (Gwen was die dag wat sneller en hield het net onder de 8 uur)
Snelste dag: 29,5 gemiddeld
Langzaamste dag: 12,9 gemiddeld
Hoogste snelheid: 64,5 kilometer/uur
Langste afstand op één dag: 211 kilometer
Aantal lekke banden Hans: 2, Gwen: 4 (had er één minder kunnen zijn als ze niet zo eigenwijs mijn advies in de wind had geslagen) Terug in Nederland, een hele nette fietser
En nu dan de lang beloofde evaluatie.
ALGEMEEN
Ik heb het al eerder geschreven, maar ik herhaal het nog een keer. De Tour d’Afrique was geweldig, maar een nog beter woord zou zijn overweldigend. We zaten in een soort van alsmaar doordraaiende carrousel van fietsen, vermoeid zijn, tent opzetten, zoveel mogelijk eten, lang slapen om bij te komen, tent afbreken, en opnieuw weer fietsen vanaf de vroege ochtend. Vooral op het eind leken de dagen soms naadloos over elkaar heen te schuiven. Aan de ene kant duurde het eeuwig, maar tegelijkertijd was er voor je het wist weer een volgende dag, en weer een volgende, en weer een volgende.
Voor de volle vier maanden hadden we een bestaan dat in niets leek op de dagelijkse werkelijkheid in Nederland. Geweldig, heerlijk was het er helemaal uit te zijn. Geweldig, heerlijk was het zo enorm fysiek bezig te zijn, soms helemaal af te zien, je eigen grenzen te ontdekken. En geweldig en heerlijk dat het zich mocht afspelen tegen het schitterende decor van Afrika.
DE ZWAARTE
We hadden in ons leven al menig fietstochtje gemaakt in Nederland, en zelfs wel eens in het buitenland. Maar we verschenen niet als doorgewinterde, op en top getrainde, fietsatleten aan de start. Een redelijk gedeelte van de deelnemers viel volgens onze inschatting wel in deze categorie. Zelfs zij hadden het wel eens zwaar, dus kun je nagaan hoe het voor ons was.
Vooral de eerste maanden was er elke dag weer het moment waarop je dacht nu heb geen zin meer. Het is te zwaar, ik ben te moe, mijn kont doet te zeer, hoeveel kilometer is het in hemelsnaam nog. Gelukkig schoof dit moment gaandeweg de tour verder richting het einde van de fietsdag. Ook heel mooi was te merken dat je vijf of tien minuten na aankomst in het kamp al je ontberingen weer vergeten was. Alleen het gevoel van ik heb het volbracht bleef, en de volgende ochtend stapte je weer met plezier op de fiets. Totdat opnieuw langzaam van alles weer zeer ging doen, en je opnieuw smachtte naar het einde van de fietsdag.
AFRIKA LEREN KENNEN
Tour d’Afrique heeft het in zijn informatie over ongeveer vijf tot zeven uur fietsen per dag. Elke dag zou er ruim voldoende tijd zijn om anders dan op de fiets kennis te maken met Afrika en zijn bewoners.
Wij hebben over de gehele tour genomen gemiddeld zes uur per dag gefietst. Dat is dan netto fietstijd, de tijd dat je echt aan het trappen bent. Maar je moet ook eten, en wil onderweg wel eens een colaatje drinken of een foto maken. Deze tijd inbegrepen zit je al snel op een uur of acht a negen tussen vertrektijd en aankomsttijd. Na aankomst waren wij meestal ruim een uur kwijt om een beetje bij te komen, wat soep te eten, en ons kampement in te richten. Daarna schoot er vaak niet veel meer dan een uurtje ‘vrije tijd’ over voordat het weer riders-meeting was, en het avondeten geserveerd werd. Na het avondeten, meestal zo rond half zeven, was het donker. Je praatte nog wat met andere fietsers, uiterlijk acht uur was je in je tent. Negen uur slaap per nacht had je echt hard nodig..
De opzet van de tour bood naar onze smaak te weinig gelegenheid om Afrika te leren kennen, wat dat dan ook moge inhouden. Overdag in bijvoorbeeld Ethiopië of Malawi zei je wel honderden keren goedendag tegen voorbijgangers. Heel leuk, maar je wil ook wel eens in alle rust door een dorpje lopen, ergens rustig zitten, of een wat langere wandeling maken. Daarvoor hielden wij gewoon te weinig tijd per dag over. Voor wat betere, lees snellere, fietsers was er wat meer gelegenheid om andere activiteiten dan fietsen te ondernemen. Maar in onze ogen hield het ook voor hen nog steeds niet over.
Conclusie: de Tour d’Afrique draait primair om fietsen, daarna om fietsen, dan nog eens fietsen, en pas daarna om Afrika leren kennen. Nog een Nederlandse medefietser
DE FIETSEN
Wij hebben de tour gefietst op de Santos Travelmaster. Dat was achteraf gezien niet de meest verstandige keus. De Travelmaster is ‘mountainbike-achtig’, hybride is geloof ik de officiële term, erg stevig, berekend op het meenemen van bagage, en heeft 26 inch wielen. Door de vele kilometers die elke dag gemaakt moeten worden is het beter voor een lichtere, snellere fiets te gaan. Volbloed racefietsen hadden het vaak weer moeilijk op de ‘dirtroads’. Een veldrijfiets lijkt het beste van twee werelden, racefiets en mountainbike, in zich te verenigen. Jos Kaal, de winnaar van de race reed op een veldrijfiets, dat zegt genoeg.
Nog wel twee voordelen van onze Santos Travelmaster. Niets is kapot gegaan, en dat konden een heleboel andere fietsers niet zeggen. En we hadden een geldig excuus waarom we vaak zo traag waren. Het lag aan de fiets hè, zo wat was-tie zwaar.
Onze Santos ontbrak het aan vering. Vooral Gwen mistte de vering danig op de slechte stukken. Dat werd enigszins opgevangen door ons stalen frame en door op minder hard opgepompte banden te rijden op de ongeasfalteerde wegen. Als je wel vering neemt valt het zeker aan te raden om te zorgen dat je de vering ook ‘uit’ oftewel vast kunt zetten. Volgend jaar zal het aantal ongeasfalteerde kilometers weer flink zijn afgenomen.
DE GROEP
De groep bestond inclusief staf en een variërend aantal sectional riders uit ongeveer tachtig mensen. Naar onze smaak was dat een veel te grote groep.
Het grootste nadeel is dat je met tachtig personen bijna een klein dorp vormt. Waar we kamp maakten in de bewoonde wereld voelde het als een soort overval op een lokaal dorp of stadje. Het dagelijks leven op het platteland werd door onze komst behoorlijk ontregeld. Het was moeilijk om je aan de groep te onttrekken, bijna overal waar je kwam was je ‘één van die fietsers.’
De cocon van de Tour d’Afrique bood bescherming tegen de vervelende kanten van het reizen door Afrika. Maar je zou ook kunnen zeggen dat ons een heleboel interessante en leerzame ervaringen werden onthouden. Na ruim twee maanden bleek een flink aantal groepsleden nog allerlei basisvaardigheden voor het reizen door Afrika te missen. Bij de grens van Tanzania en Malawi werd zo ongeveer een kwart van de groep opgelicht door malafide geldwisselaars.
Als onze groep op reguliere plaatsen aankwam, zoals hotels of campings, kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat er meer dan eens speciale prijzen voor ons gehanteerd werden. Met name in Luxor, Egypte, was 40 dollar voor een steenkoude aftandse kamer, en bijna 15 dollar voor een maaltijd absurd. In de stad konden we voor 15 dollar met zijn vieren uitgebreid uit eten.
De hotels annex campings die we aandeden zaten met onze groep ook vaak aan of over de limiet van hun capaciteit. Eén of twee douches voor tachtig man schoot niet echt op. Als er al warm water was dan reikte dat vaak niet verder dan de eerste tien douchers. Personeel was vaak gestresst als zo’n horde uitgehongerde fietsers binnen een uur net zoveel bestelde als dat er normaal in een week over de toonbank ging.
In Lilongwe, Malawi, bleven we achter in het hotel annex kampeerplek om een tijdje op ons zelf te gaan reizen. De volgende dag, zonder de tachtig mede-tour d’Afriquers, heerste er een volkomen andere sfeer in het hotel. Het personeel was relaxed en vriendelijk, had opeens tijd voor je. Geen rijen bij het bestellen van een drankje, bij de douches, of bij het eten. Er bleken allerlei interessante niet Tour d’Afriquers in het hotel te zitten die ons van alles en nog wat over hun reiservaringen in Afrika konden vertellen. Ook bij ons bestaat avontuur, gewoon een afslag in de Flevopolder
Sociaal is zo’n groep van tachtig ook moeilijk te trekken. Het kan nooit een echte groep worden, na enige tijd werden allerlei sub-groepjes gevormd. Sommigen daarvan isoleerden zich bijna totaal van de medefietsers.
Onze reactie op de grote groep was met bijna iedereen wel een beetje contact te houden, maar met niemand eigenlijk echt diepgaand. Een gedeelte van de verklaring hiervoor ligt in het feit dat je als stel niet echt de noodzaak hebt je per se bij anderen aan te sluiten. Als het wat moeilijker is, door de grote groep, en je bent vaak vermoeid, trek je je terug. Met z’n tweeën vormden wij al onze eigen groep.
Later in de Tour d’Afrique werd de groepsgrootte wat minder storend. Het was enerzijds een gewenningsproces, anderzijds waren vanaf Zambia de accommodaties wat beter toegesneden op grote groepen en werden we opgenomen in de ‘normale’ toeristenstroom.
Ik denk dat bij een reis van vier maanden met een groep tot ongeveer dertig personen het wel mogelijk is een ‘echte’ groep te vormen. Dat kan overigens ook een nadeel zijn, als het sociaal misloopt is er veel minder gelegenheid je eraan te onttrekken.
DE ROUTE
De Tour d’Afrique doet een beetje geheimzinnig over zijn route. Ze zijn bang dat de concurrentie ermee aan de haal gaat, zo luidt het argument waarom ze van te voren geen uitgebreide routebeschrijving willen toesturen. Een beetje flauw, want de route volgt, op een stuk in Tanzania na, gewoon de doorgaande hoofdroute van Cairo naar Kaapstad. Met een wegenatlas van enige kwaliteit kan iedereen hem zo nalopen.
Wij hadden dit jaar nog in Noord-Soedan, de eerste twee dagen in Ethiopië, en in Tanzania tussen Arousha en Iringa (de afwijking van de doorgaande hoofdroute) met dirtroads te maken. In Zuid-Afrika mochten we niet op de drukke hoofdwegen rijden, daar namen we een paar gravelwegen. Zowel in Noord-Soedan als in Ethiopië werd gewerkt aan het asfalteren van de route. De route tussen Addis Abeba via Kenia naar Arousha hebben wij niet gezien. Maar de truckchauffeurs zeiden dat zelfs in Noord-Kenia al landmeters bezig waren. Binnen afzienbare tijd kan de gehele afstand Cairo-Kaapstad over asfalt worden afgelegd. Geweldig voor de ontwikkeling van Afrika, maar het betekent wel een danige devaluatie van het afzien-gehalte van de Tour d’Afrique. Mooi dat wij over een paar jaar kunnen zeggen: toen wij het deden was het nog een opgave, nu kan elke weekendfietser het bijna aan.
DE TENT
Onze tent, de Hammerhead 3 van Mountain Hardwear, heeft zich uitstekend gehouden. Na een wasbeurt is hij weer zo goed als nieuw. Dat kan zeker niet van alle andere tenten gezegd worden. Een redelijk aantal is onderweg of in Kaapstad gedumpt.
Zaken om op te letten: zorg dat je twee ingangen hebt, als er één kapot gaat is je tent niet gelijk waardeloos. De tent moet ook op te zetten zijn zonder buitentent, prettig als het ’s nachts snikheet is, en de regentijd pas over drie maanden begint. Veel ventilatie mogelijkheden maken het verblijf dan ook een stuk aangenamer. Zonder haringen op te zetten, in ieder geval de binnentent, is ook een prettige eigenschap. De grond kan soms erg rotsachtig zijn, voor steeds maar één nachtje wil je niet een halfuur of langer aan het timmeren zijn. Neem sowieso een flink aantal van die spijkerharingen mee.
Laatste tip: vermijd met de Hammerhead 3 de top van de Kilimanjaro. Min twintig bleek funest voor de tentstokken van een andere Hammerhead 3 eigenaar.
DE BEGELEIDING
Wij vinden dat ze het over het algemeen uitstekend hadden gedaan. Natuurlijk is er altijd wel van alles op en aan te merken. Voor een uitputtend overzicht van alle mogelijke klachten over de begeleiding zie de site van Louise en Henk en kies het bericht 'De beloofde afgekoelde versie van het verhaal over de organisatie' van maandag 19 mei. Vergeet dan niet het commentaar van Gwen, volgt na de tekst van Louise.
Mijn belangrijkste punt van kritiek sluit aan bij eerdere opmerkingen. Alles wat rechtstreeks met het fietsen te maken had was redelijk tot goed geregeld. Maar aan achtergrond informatie over de gebieden waardoor we fietsten ontbrak het bijna geheel. We kregen weinig of geen informatie over lokale cultuur, bijzondere gebruiken of recente politieke of maatschappelijke ontwikkelingen. De tegenstelling met de weken dat we de Tour d’Afrique in de steek lieten was groot. Toen pikten we opeens wel allerlei informatie op van medereizigers en raakten in gesprek met Afrikanen van zeer verschillende pluimage.
Alleen reizend hadden we interessante conversaties zoals ‘We have 72 tribes in Zambia. How many do you have in Holland?’. Na wat uitleg dat het bij ons niet zo belangrijk is hield ik het op drie: Friezen, onder de grote rivieren, en de rest. Gwen en ik zijn een gemengd etnisch stel. (Later bedacht ik dat we hem met gemak hadden kunnen overtreffen. Hoezo 72 stammen, in Amsterdam alleen al wonen 175 nationaliteiten.)
HET ETEN
Over de hoeveelheid, het allerbelangrijkste als je fietst, hadden wij geen klachten. De enige keren dat het kantje boord was was toen Jon in Arusha, Tanzania, Miles als kok verving. Maar hij leerde snel van zijn ervaringen, daarna is het niet meer voorgekomen. Meer over de verhouding Jon, Miles, de groep, en met name de vegetariërs heb je al kunnen lezen in het stuk van Louise en Gwen’s commentaar. Ik vond overigens de lunch voor de niet-vegetariërs nogal eentonig. De vaak aanwezige kaas en avocadosalade werd ons bijna altijd ontzegd, gereserveerd voor de vegetariërs. Wij moesten het menigmaal alleen doen met pindakaas, jam, wat fruitpartjes en de na 4 maanden toch eigenlijk wel een beetje saaie tonijnsalade. Overal kan je lekker eten
DE MALARIA PROFYLAXE
Wij gebruikten Lariam. Voordelen: slechts één keer per week te slikken, niet zo duur. Door ons ondervonden nadelen: toen we net begonnen wat slechter slapen en heftige dromen (dat kan ook interessant zijn), later ongevoelige vingers en vooral tenen. Moeilijk te zeggen of het misschien toch niet een soort RSI van het fietsen was (hoewel tenen?). Mijn vingers zijn nu weer helemaal normaal. Mijn tenen doen twee weken na de laatste Lariam pil nog steeds een beetje vreemd.
DE HOEVEELHEID BENODIGDE KLEDING
Voor sommigen zal dit misschien een wat minder hygiënisch praatje zijn. Maar het is nu eenmaal de realiteit van de Tour d’Afrique. Wij zaten vrij ruim in onze (fiets)kleding, maar al snel merkten we dat we er maar beperkt gebruik van maakten. Als je een t-shirt of fietsshirt wil vervangen waarin je lekker getranspireerd hebt dan kan je op vele plekken elk half uur iets schoons aantrekken. Al heel snel wen je aan iets minder schoon, eenmaal op deze glijdende schaal blijk je nog veel verder te kunnen gaan. Zelfs 7 dagen achter elkaar fietsen deed ik op 2 fietsbroeken, 2 fietsshirtjes en voor ’s avonds 2 t-shirts. Elk kledingstuk werd elke dag afgewisseld. Anderen wekten overigens de indruk van sommige kledingstukken zelfs maar één exemplaar te bezitten. Schoon en vies zijn relatieve begrippen zoals we al eerder op onze weblog schreven. In de permanent bag had ik wel nog meer kleding zodat ik in ieder geval de rustdagen met iets schoons kon beginnen.
ZIEKTES
Als meer dan zestig mensen dwars door Afrika fietsen, ruim 10.000 kilometer, dan kan je zeker gezondheidsproblemen verwachten. Die waren er dan ook. Om maar eens wat zaken te noemen: een gebroken en een gekneusd sleutelbeen na valpartijen, in ieder geval één persoon aan het infuus vanwege acute uitdroging, vele, vele gevallen van diarree, en in Malawi liep bijna iedereen rond met niet genezende geïnfecteerde wonden. Iedereen werd vroeg of laat getroffen. Sommigen mensen gingen er erg slecht en vermoeid uitzien. Een Canadees kon op een gegeven moment nauwelijks meer op zijn benen staan. Uiteindelijk lijkt het allemaal afgelopen te zijn zonder dat iemand blijvende gezondheidsschade heeft opgelopen.
Sommige mensen namen in onze ogen onverantwoorde risico’s. Terwijl ze duidelijk niet in orde waren bleven ze alles op alles zetten om maar te blijven fietsen. Op jacht naar hun EFI (Every fucking/fabulous inch, alle kilometers fietsen), of om mee te blijven doen voor het klassement. De keren dat wij ons minder voelden namen wij heel verstandig onze rust.
RESUME
Een niet te missen ervaring die ik nooit meer zal vergeten. Op de ‘vrije’ weken na misschien iets te weinig in contact geweest met Afrika en de Afrikanen. Maar dat werd weer goedgemaakt door het heerlijke fietsen, het lekker afzien tot je er bijna bij neerviel.
Wil je vooral fietsen, heel veel fietsen? Wil je achteraf in de kroeg kunnen staan met een t-shirtje ‘Cairo to Capetown 95 days on a bicycle’ waarna vervolgens allerlei mensen met al een zweem van bewondering in hun ogen je uitermate geïnteresseerd aanspreken? Aarzel dan geen moment, schrijf je in voor de Tour d’Afrique. Ben je vooral geïnteresseerd in Afrika en is fietsen daarbij niet meer dan een goed middel om uitgebreid in contact te komen met de lokale bevolking? Dan is het een beter idee heel hard te gaan sparen voor de ‘gepamperde’ versie van de Tour d’Afrique. Of waarschijnlijk nog beter: zeg je baan, familie en vrienden vaarwel, koop fietstassen, stop het allerminimaalste dat je nodig hebt erin, trek de voordeur van je huis achter je dicht, en trappen maar richting Zuiden.
Vragen, aan- of opmerkingen? Altijd welkom. We zitten nog een beetje met afkickverschijnselen van de Tour D’Afrique, en willen niets liever dan er over praten. Komt er niets, ook goed. Dan sta ik vanavond weer in mijn Tour d’Afrique t-shirtje in de kroeg. ‘Goh, echt dat hele stuk gefietst? Moet wel heel zwaar zijn geweest.’ 'Ach, wat zal ik zeggen...' (Hans)
Gepost door
Lekker fietsen in Afrika
om
17:53:00
6
reacties