zaterdag 22 maart 2008

Weer op de fiets en Habari safari?

De eerste kilometers op de fiets zitten er weer op. Het waren zeven fietsdagen die zo mooi begonnen met een heerlijk kort dagje (120 km over asfalt) zodat we rond twee uur in het kamp kwamen. Kamp was een echte camping, met douches, wc’s en een bar waar koude biertjes te koop waren. Het leek zowaar wel vakantie.
Helaas werden we de volgende dag weer op het rechte spoor gezet. 110 kilometer over onverhard met een aantal behoorlijke klimmetjes.

Hans zit weer op de fiets





De verwachte 110 km bleken er 120 te zijn, met de laatste tien over vers omgeploegde weg (waar zijn de Chinezen?) zodat we om half zes het bush-camp in rolden, de tent op konden zetten en na 30 seconden uitgeput op de matjes liggen werden gesommeerd voor de “ridersmeeting” en het avondeten. Ouderwets dus. De overige dagen waren iets korter en de vierde eigenlijk een makkie met maar 95 km over relatief goed onverhard. Ware het niet dat mijn billen toen al in een dusdanige staat waren dat rijden over de geringste hobbel al behoorlijk zeer deed. Het eerder gekweekte zitvlees was dus inderdaad verdwenen.
Temperaturen zijn ook behoorlijk omhooggegaan ten opzichte van het begin van de tour. s’Ochtends starten we met een aangename 20 C, dat loopt snel op tot in de 30 C als het bewolkt is, als de zon brandt dan is het nog heter. Het regenseizoen is bijna op z’n eind, vaak dreigt het wel tegen het eind van de middag en ’s avonds hebben we al een paar regenbuien gehad, maar dan liggen we toch uitgeteld in de tent.

Een dreigende bui





Tijdens het fietsen is zo’n bui zelfs heerlijk verkoelend, alleen de weg wordt er dan niet beter op. De laatste dag naar Iringa (mooi op een bergtop gelegen, dus klimmen) zijn we wel vreselijk nat geregend. Het koelde behoorlijk af en we kwamen redelijk verkleumd aan in het Baptisten conferentiecomplex waar we de welverdiende rustdag (1e Paasdag)mogen kamperen.

Maar genoeg over het fietsen en het wegdek, vlak voor vertrek hebben we namelijk nog een safari gedaan waar ook nog het nodige over te vertellen is.

Tanzania staat voornamelijk bekend om de Kilimanjaro en safari’s. Hoewel een aantal groepsleden de Kilimanjaro heeft beklommen leek dat ons een te grote fysieke uitdaging tussen het fietsen door, dus wij gingen op safari.
In onze LP reisgids staan een aantal aandachtspunten voor het kiezen van een safari-bedrijf. Één: koop nooit een safari op straat maar altijd bij een kantoor en twee: betaal nooit voordat je hebt uitgezocht of het bedrijf waarmee je gaat betrouwbaar is.
Ons plan was om de dag na aankomst in Arusha te gebruiken om een goede safari te zoeken.
Bij aankomst op het busstation in Arusha werd ons echter een lift aangeboden naar de camping. De Jeep moest er toch langs om twee dames af te zetten die de volgende dag op een drie-daagse safari zouden gaan. We gingen mee en raakten met de dames aan de praat. Zij hadden de safari geboekt in Dar es Salaam en waren al blij dat ze van het busstation werden opgehaald als teken van betrouwbaarheid van het safari bedrijf. De dames werden bij hun hotel afgezet en de safari-man reed met ons naar de camping (Héé, zou dat niet op de weg liggen?) en probeerden ons te overtuigen om de volgende dag mee te gaan.
Eigenlijk zou het ons wel goed uitkomen om de volgende dag te vertrekken, dat zou ons voor het fietsen nog twee volle dagen geven om een wasje te doen, de fietsen rijklaar te maken etc. Maar de goede raadgevingen uit de reisgids dan?
Ach, we vertrouwden er maar op dat de twee dames zich niet zouden laten beetnemen en besloten mee te gaan. Gladstone, de safari-man, wilde dan wel graag een aanbetaling van 100.000 shilling (ongeveer EUR 60) en hij zou ons de volgende ochtend om half negen ophalen.

De volgende ochtend stond de Jeep (of eigenlijk Toyota Landcruiser voor de puristen) om negen uur aan de poort, dat viel best mee. We reden langs het hotel van de twee dames en daar bleek er een vijfde persoon, een jonge Duitser, ook met ons mee te gaan. Naar het kantoor, waar aan de twee dames werd uitgelegd dat het door hen geboekte programma omwille van onze wensen was gewijzigd, niet naar een derde park op dag drie te gaan, maar naar de Serengetti plains om de migratie te zien. (Onze wensen? Zo was de safari aan ons verkocht…) de dames gingen akkoord, we betaalden en de safari man moest met onze Tanzaniaanse Shillingen naar de bank om daar weer US-dollars van te maken. Dat zou een kwartiertje duren.
Anderhalf uur later waren we bijna gereed om te vertrekken. Alleen moest onze oorspronkelijke gids (een vriendelijk uitziende rasta) om onduidelijke redenen nog even geruild worden voor Jackson, onze nieuwe gids.
We vertrokken, er moest alleen nog even worden getankt en boodschappen gedaan, zodat we om een uur of twaalf Arusha uitreden.
In de drie dagen die onze safari zou duren zouden we Lake Tangangire, de Ngorongoro krater en de Serengetti plains bezoeken. Lake Tangangire bezochten we aan het eind van de eerste middag, we zagen redelijk wat olifanten, apen en giraffes.
’s Avonds vertelde Jackson dat hij een probleem had. De Duitser Michael had een tweedaagse safari geboekt en de rest van het gezelschap moesten drie dagen worden onderhouden. Als hij een 24uurs toegangskaartje kocht en pas om een uur of 11 het park in zou gaan zou dat ons de volgende ochtend nog tot 11 uur geven om de plains te bezoeken, maar als hij Michael morgen weer naar Arusha wilde sturen zou hij om één uur weer op de bus gezet moeten worden en zo wel een erg korte safari hebben.
Wij legden hem uit dat we een driedaagse safari hadden geboekt, de volgende dag ook graag vroeg in het park wilden zijn en dat hij op dag drie maar een nieuw kaartje moest kopen en anders zijn baas maar moest bellen. Dat deed hij en wij dachten dat alles in orde was. De volgende dag gingen we vroeg naar de Ngorongoro krater. Hier leeft een enorme hoeveelheid en verscheidenheid aan dieren. Het deed bijna aan de Beekse Bergen denken, zo weinig trokken de dieren zich aan van de aanwezigheid van de auto’s. We zagen Hyena’s op de weg, zwarte neushoorns, leeuwenwelpjes, parende leeuwen, kortom teveel om op te noemen en hadden een geweldige safari.
Volgens de instructies zouden we de volgende dag om zes uur aan het ontbijt moeten zitten, een ochtend “drive” doen naar de Serengetti Plains en terug komen naar het kamp voor de lunch. Om kwart over zes was er inderdaad thee en wat biscuitjes. Om half zeven sommeerde Jackson dat we moesten gaan. Héé we zouden toch ontbijt krijgen? Nee, we zouden voor een ochtenddrive gaan en dan terugkomen voor ontbijt om op tijd het park weer uit te zijn, het 24uurs probleempje. We gingen met z’n vieren maar akkoord, onder voorwaarde dat Jackson ons na afloop weer op het kantoor zou afzetten zodat we met Gladstone de baas zouden kunnen praten. We vonden het namelijk niet echt een driedaagse safari, maar eigenlijk net een tweedaagse terwijl we wel voor drie volle dagen hadden moeten betalen. De ochtenddrive was ook nog redelijk teleurstellend omdat we (bleek achteraf) niet voldoende tijd hadden om helemaal naar de locatie van de migratie te rijden. Terug in het kamp moesten we een uurtje wachten vóór het ontbijt, en een uurtje daarna. Toen reden we terug naar Arusha. Onderweg werd ook nog een te lange lunchstop gemaakt zodat we eind van de middag pas bij het kantoor aankwamen. Gladstone was niet aanwezig maar wel een medewerker die een cursus klantvriendelijkheid had gevolgd. Na een uur zinloos gepraat, de medewerker had niet voldoende mandaat om ons geld terug te geven, werd afgesproken dat we de volgende ochtend terug moesten komen om met Gladstone verder te overleggen. Sterker nog, ze zouden ons ophalen op de camping respectievelijk het hotel.
De volgende ochtend besloten we om (een uur na de afgesproken tijd) zelf maar richting kantoor te gaan. Toen we er bijna waren werden we voorbij gereden door de Jeep, die ons net had gemist op de camping.
Het hele verhaal, driedaagse safari betaald, tweedaagse gekregen nog een keertje aan Gladstone verteld. Ook hij bleek niet in staat om ons een bedrag terug te geven (we mochten wel een middagje op excursie naar het platteland). Maar na weer een uurtje praten kwam de hoogste baas tevoorschijn. Verhaal weer verteld, baas bezorgd voor reputatie van bedrijf (voordat ik het vergeet: roots of africa) en uiteindelijk kregen we ongeveer eenderde dag terug ($ 50 per persoon). Eigenlijk meer dan dat we hadden verwacht.
Tip voor de aspirant safari ganger: zoek toch maar eerst een goed en betrouwbaar bedrijf uit, we zagen andere Nederlanders veel lekkerder eten, een lampje krijgen toen de stroom uitviel en een blijere indruk maken.

Tenslotte bereikte ons het teleurstellende bericht dat ons TV optreden een beetje tegen was gevallen. Ik was sowieso al niet gefilmd, maar Hans zijn deskundige commentaar was er ook vakkundig uitgeknipt (misschien omdat hij steeds schichtig in de camera keek denkt hij zelf). Excuses aan de mensen die speciaal voor ons de hele uitzending hebben uitgezeten. (Gwen)


Lees verder...

zaterdag 15 maart 2008

De vakantie voorbij

Vanaf morgen, 16 maart, mogen we weer op de fiets. Onder de douche voel ik af en toe voorzichtig aan mijn billen. Ik hoop de eeltknobbels die zich daar ontwikkeld hadden weer terug te vinden. Maar helaas, na drie weken niet fietsen alleen maar zacht vlees. Zouden we weer de zelfde lijdensweg moet gaan als destijds in Egypte? We houden jullie op de hoogte. De volgende etappe wordt maar liefst zeven dagen fietsen achter elkaar. De eerste dag geheel over asfalt, de tweede dag nog een kilometer of tien, en vanaf dan rode aarde of stenen. Daarbij hebben we het geluk dat de regentijd op uitbarsten staat, dus het zal wel rode modder worden. Het sterkste verhaal over vorig jaar was 12 kilometer in 2 uur. Het filmpje waarbij de fietsers tot aan hun assen en knieën in de modder stonden haalde zelfs nog een redelijke populariteit op You-tube. Heel lollig vonden we toen…

Zoals jullie weten hebben we ons fiets-zitvlees hoofdzakelijk verspeeld op Zanzibar. Suzanne, een Baobab reisleider collega van mij, woont het grootste gedeelte van het jaar op Zanzibar met haar man Boblee en sinds kort dochtertje Tessa. Zij heeft ons wat adviezen gegeven wat te doen. (Suzanne’s website).
Eerst hebben we wat dagen doorgebracht in Zanzibar-stad. Het oude gedeelte staat bekend als Stone-town. Het is een enorm doolhof van oude handels- en woonhuizen. Het eiland wordt al eeuwen bewoond door een gemengde bevolking van Afrikanen, Arabieren en Indiers. Tot halverwege de 19e eeuw vervulde het een belangrijke rol in de slavenhandel aan de Afrikaanse oostkust.
Dankzij Suzanne’s fietsen kunnen wij zeggen dat, terwijl sommigen van onze medefietsers Kilimanjaro aan het beklimmen waren, wij per fiets de hoogste berg van Zanzibar bedwongen (125 meter volgens sommige bronnen, anderen noemen zelfs 137 meter).
Na Stone-town trokken we richting Nungwi, een plaatsje in het noorden van Zanzibar. In de vorige bijdrage hebben jullie al kunnen zien hoe zwaar het leven daar was. Een lauw-warme groen-blauwe zee, het had eigenlijk meer weg van een enorme bad, vol met vrolijk gekleurde vissen. Overdag zwom je er gezellig tussen, ’s avonds zorgde één van de vele restaurantjes langs het strand ervoor dat ze op je bord lagen.
Voor de twijfelaars om Noord-Zanzibar als volgende vakantiebestemming te kiezen is er misschien nog een laatste argument om ze over de streep te trekken. Tijdens het vis eten zijn er hele goede gesprekken te voeren over de toestand van Tanzania. Onder de medetoeristen zijn de blonde Scandinavische jongedames duidelijk oververtegenwoordigd en bijna allemaal blijken ze in het ontwikkelingswerk te zitten.

Afscheid van Zanzibar

Na Nungwi gingen we per boot een stukje over de Indische Oceaan richting Dar-es-Salaam. Het mooie van Dar-es-Salaam is vooral de naam (letterlijk: haven van vrede). Hetzelfde geldt trouwens voor Addis Ababa (letterlijk: nieuwe bloem). In Dar-es-Salaam bleken bijna alle winkels gesloten te zijn vanaf zaterdagmiddag drie uur. Wij kwamen een uur later aan. De volgende dag bleek het centrum het meest weg te hebben van pakweg Emmeloord op een zondagmiddag (aangenomen dat die zichzelf ondertussen ook niet tot toeristisch trekpleister hebben uitgeroepen, en volop koopzondagen houden). Uiteraard zag het er wel wat minder verzorgd uit, maar het maakte een verassende rijke indruk. Misschien ook omdat we net Ethiopië achter de rug hadden. Een groot verschil met Emmeloord op zondagmiddag was wel dat veel winkels volcontinu beveiligd werden door een gewapende bewaker. Ze hadden een geweer, maar vaak ook zo’n riot-gun, waarvan je uit films weet dat een schot iemand volkomen doormidden schiet. In de verder bijna verlaten straten wisten we niet of we ons heel veilig moesten voelen, of juist helemaal niet.

Dar-es-Salaam

Wat moet je op zo’n verloren zondag anders dan naar de kerk? Op straat werden we aangesproken of we geïnteresseerd waren in een bezoek aan de ‘Universal church’.
Helaas moet ik melden dat jullie het verdere verslag over het bezoek aan de ‘Universal church’ nog tegoed houden. Onze fietsen zijn enigszins gehavend uit de truck-rit Addis Ababa-Aroesha gekomen. Beide frames hebben behoorlijk wat lak verloren. Om te zorgen dat het staal niet te hard gaat roesten in de komende regentijd moeten we de afgeschaafde plekken bedekken. Het beste lapmiddel schijnt nagellak te zijn, maar Gwen heeft alleen roze bij zich, ik helemaal niets. Vanmiddag is de laatste kans om doorzichtige nagellak te scoren (of misschien zelfs blauw of oranje). Daarnaast zijn we onze extra drinkflessen kwijt. Hoe dat gebeurd kan zijn is ons een raadsel, maar ze zijn wel essentieel om verantwoord te kunnen doorfietsen. Kortom, we moeten snel de stad in boodschappen doen.
Ondertussen proberen we al wel weer nieuwe foto’s online te zetten (Tanzania 2008).(Hans)

Nagekomen bericht van een trouwe lezer:

Attentie, attentie!

De uitzending van Waar is de Mol over fietsen in Afrika, starring Hans en Gwen is a.s. maandag 17 maart, 22:30 op Veronica. Zegt het voort!

Met groet, Sake

Lees verder...

donderdag 6 maart 2008

Groeten vanaf Zanzibar


Helaas zijn we te druk in Nungwe, Noord Zanzibar om uitgebreid verslag te doen. Ter troost een paar sfeerbeelden en de Ethiopië foto's zijn bijgewerkt.
(Hans en Gwen)


Lees verder...

zaterdag 1 maart 2008

Van Addis Ababa tot Zanzibar

Door de ontoegankelijkheid van onze weblog vanuit Ethiopië en omdat we niet constant Gwen’s zus wilden lastig vallen heeft de volgende bijdrage wat langer moeten wachten.. Jullie geduld wordt echter beloond. Om het goed te maken dit keer extra lang!

OP DE FIETS
Vanaf Addis Ababa hebben we de Tour d’Afrique in de steek gelaten. Het idee om in 8 dagen naar de Ethiopisch-Keniaans grens te fietsen om daarna per bus gelijk rechtsomkeer te maken naar opnieuw Addis Ababa viel bij ons psychologisch net iets te zwaar.
Een kritische geest zou kunnen opmerken: naar Kaapstad fietsen om daar per vliegtuig rechtsomkeer naar Nederland te maken, wat is het verschil? Uiteindelijk eindigt alles wat je doet weer bij het uitgangspunt. Dit soort diepe gedachten houdt ons echter niet bezig. We genieten simpelweg van ruim drie weken Ethiopië en Tanzania anders dan vanaf de fiets.

De harde cijfers liegen nooit. Het overzicht van Cairo tot Addis Ababa. (Hans’ cijfers, tenzij anders vermeld):
Gefietst: 3505 kilometer
In de truck: Gwen 334 kilometer, Hans 105 kilometer
Totale tijd op fiets: 170 uur en 55 minuten
Gemiddelde snelheid: 20,39 kilometer/uur
Langste dag: 8 uur en 32 minuten
Snelste dag: 29,5 gemiddeld
Langzaamste dag: 12,9 gemiddeld
Hoogste snelheid: 59,5 kilometer/uur
Langste afstand op één dag: 169 kilometer

Wat moet er nog gemeld worden over het fietsen?
De complete Tour d'Afrique route in Ethiopië telt 19.000 hoogtemeters. Voor de niet zo in wielertermen ingevoerden: hoogtemeters zijn het totaal aantal meters dat je omhoog gefietst hebt, zonder daar de meters naar beneden vanaf te trekken. Dus 100 meter omhoog, 50 naar beneden, en daarna weer 200 omhoog, geeft 300 hoogtemeters. 19.000 Hoogtemeters, dat is ruim twee keer de Mount Everest op. Wij hebben ongeveer een derde van het Ethiopië programma laten schieten, maar een dikke Mout Everest hebben we zeker achter de rug.
Tussen Bahir Dar en Addis Ababa de befaamde ‘Blue Nile Gorge’ overwonnen. Eerst in 19 kilometer 1400 meter naar beneden, voornamelijk over gravel en steenslag, daarna in 21 kilometer weer 1600 meter omhoog. Gelukkig bijna allemaal geasfalteerd. In meestal de allerlichtste versnelling haalde ik ongeveer 6 a 7 kilometer per uur. Na drie en half uur zweten in de middagzon, inclusief pauzes, was ik van het laagste punt weer helemaal boven. De allersnelste wedstrijdrijder deed het in anderhalf uur. Volgens onze medefietsers stond de beklimming gelijk aan en stevige Alpencol. Ik geloof het graag.
Verder redelijk relaxed gefietst. De laatste dagen voor Addis Ababa gedroegen de kinderen zich stukken beter. De laatste twee dagen was er geen enkel incident met stenen gooien, en ook veel minder het eisende 'give me money' als antwoord op ons vriendelijk Salam. Zie verder het laatste stukje van Gwen.
De groet die nog wel moet worden vermeld is ‘Where are you go?’ Naast het ‘you-you-you’ telden we die veruit het meest. Duizendvoudig werd er dezelfde grammaticale fout gemaakt. Als ik netjes ‘Addis Ababa’ had geantwoord hoorde ik vijf meter achter me alweer dezelfde vraag uit vele kindermonden naar Gwen worden geschreeuwd. Soms was er sprake van zelfwerkzaamheid en riep men in één keer ‘Where are you go Addis Ababa’.

Over het waarom van het stenengooien door de kinderen hebben we in de vakliteratuur twee mogelijke verklaringen gevonden:
1. Teleurstelling dat we niet stoppen. Men zou heel graag nader contact met de ’ferenjies’ (buitenlanders/vreemdelingen) willen maken. Uit frustratie gaat men stenen gooien.
2.‘Ferenjies’ worden als zodanig alien beschouwd dat alles is toegestaan. Het is juist interessant om de gekste dingen te proberen om te kijken hoe ze reageren. Denk aan een klein kind dat de hamster met stokjes prikt, of de kat aan de staart optilt. Het besef dat het andere wezen ook zoiets als pijn of ongemak kent ontbreekt.
Geen van twee verklaringen lijkt me afdoende. Dat men teleurgesteld is als we doorrijden geloof ik graag. Maar op zich is dat geen reden om iemand een steen na te gooien. Ik ben ook wel eens teleurgesteld in iemand, toch ga ik dan niet onmiddellijk op zoek naar een baksteen of stoeptegel. Bovendien gaat het voorbij aan het feit dat we soms in een regelrechte hinderlaag terecht kwamen, stenen van onzichtbare kinderen in de bosjes of velden.
Misschien bevat de tweede verklaring een kern van waarheid. Toen wij als ‘normale’ toeristen rondreisden waren er veel minder incidenten. Soms schrok ik zelf bijna als ik een medefietser zag. Helm, spiegelende zonnebril, handschoenen. En daarbij strakke kleding, vaak korte broek, iets dat in Ethiopië als je niet op de fiets zit totaal ongebruikelijk en onbetamelijk is.
Stenen gooien is trouwens sowieso iets dat in Ethiopië veelvuldig gedaan wordt. Ze zijn overal ruim voor handen. Koeien, schapen of een groep kinderen krijgen al snel iets in hun richting gegooid als ze de verkeerde richting op gaan, of iets anders doen dat niet de bedoeling is.
Laatste opmerking over dit onderwerp: de Ethiopische volwassenen waren zo goed als altijd rustig, vriendelijk en voorkomend. Het waren slechts de kinderen die soms problemen gaven. Maar ja 50% van de 75 miljoen inwoners van Ethiopië is onder de 16, het is geen uit te vlakken groep.

TEGENSTELLINGEN
Het mooie van fietsen is dat je een land als het ware door de achterdeur binnenkomt. Geen glimmende aankomsthal van een internationaal vliegveld bij een grote stad, maar een aftands uit golfplaten opgebouwd douanekantoortje. De eerste dagen Ethiopië maakten diepe indruk op me. Het deed me denken aan beelden van Cambodja onder het Rode Khmer regiem. De mensen, geen grammetje vet te bekennen, waren in weinig meer dan vodden gekleed. Iedereen vanaf een jaar of zes had of iets bij zich om het land te bewerken, of een stok om het vee te hoeden. Er was geen enkele mechanisatie zichtbaar, zelfs het gebruik van dieren voor bijvoorbeeld ploegen zag je maar weinig. Bijna alles werd gedaan door mensenhanden. Vervoer van spullen naar een lokale markt gebeurde door een eindeloze stroom mensen die alles op hun hoofd of rug droegen, een enkele ezel daargelaten, over de stoffige bergpassen, vele kilometers ver.
Na twee dagen zouden we in de eerste stad aankomen, Gondar. Ik verwachtte een enorme slum met zo mogelijk nog ergere armoede dan op het platteland. Niets was minder waar. Vijftien kilometer voor de stad begon het asfalt. Opeens zagen we keurig in de verf zittende hoogbouw, mannen in pak, modieus geklede vrouwen. Ik heb zelden zo’n enorme tegenstelling gezien. Bij nadere beschouwing moest het beeld wel wat bijgesteld worden. Gondar kende nog meer dan genoeg krottenwijken en kansarme scharrelaars. En het platteland dat we tussen Gondar en Addis Ababa zagen was duidelijk beter af dan het platteland vlak na de grens. Maar het beeld van Ethiopië als land van enorme tegenstellingen bleef gehandhaafd. Het gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking is 100 US per jaar. Toch zie je in de steden genoeg cafeetjes met een inrichting die bij ons ook door de beugel zou kunnen, het terras zit vol met goed geklede mensen. Naast het cafe kan een verveloos krot staan, op de stoep zitten bedelaars, kleine kinderen die kauwgom en papieren zakdoekjes verkopen, iedereen leeft zijn eigen leven. In Soedan waren de tegenstellingen veel minder evident.
Het meest absurd wordt de situatie als wij, de westerse toeristen, op de proppen komen. In Lalibela, twee busdagen van Addis Ababa verwijderd, maar vrijwel alle toeristen doen het per vliegtuig in 40 minuten, zijn een aantal schitterende in de rotsen uitgehakte kerken te zien. De westerse toerist betaalt bijna 25 dollar voor een entree ticket. Dat is een kwart van het jaarinkomen van Abebe (Jan) Modaal in Ethiopië. In Lalibela vind je een luxe hotel, een eindje verder langs dezelfde weg is het de reinste Middeleeuwen. Maar wat moet je als ‘onschuldige’ toerist met deze tegenstellingen. Je kan niet aan iedereen geld gaan uitdelen, zelfs al zouden ze er niet constant om vragen. Jij hebt toch niet om die tegenstellingen gevraagd, hadden ze zelf het geld en de kansen onderling niet wat beter kunnen verdelen. Waarom lijken de mensen in Lalibela niet te profiteren van al het geld dat de toeristen binnenbrengen, wordt zeker de oorlog met Eritrea mee bekostigd, of een mooi ministerie in Addis Ababa. En waarom is de helft van de bevolking onder de 16 jaar, bestaat 40% van de staatsbegroting uit donaties van de rijke landen. Het lijkt een situatie die niet anders dan catastrofaal kan eindigen.
Ik weet niet zo goed hoe ik dit stuk moet afsluiten, zou graag tot een soort van antwoord willen komen, maar vrees dat het er niet inzit. Misschien heeft iemand anders nog ideeën?

MISVERSTANDEN
‘They are such terrible people, but I guess it is because they are so desperate’. Dat is wat een medefietser over de Ethiopiërs zei na wat negatieve ervaringen. Een volkomen fout oordeel, gebaseerd op een totaal gekleurde Noord-Amerikaanse bril, getuigend van een gebrek aan inlevings-, voorstellings- en relativeringsvermogen. Als ik vriendelijk wil zijn noem ik het een misverstand.
Door de enorme verschillen tussen wij, de westerlingen, en zij, de Ethiopiërs, gaat dat sowieso van een leien dakje hier, misverstanden.
Bij ons in de bus zat een toekomstig leraar Engels, nog één jaartje en dan mocht hij voor de klas. De conversatie was al meermalen stroef verlopen omdat zijn kennis van het Engels bijzonder middelmatig bleek. Bij aankomst in Lalibela deden we nog een laatste poging. 'Do you know where hotel 'The Seven Olives'' is?' Hij dacht zeker 20 seconden heel hard na, en kwam toen met zijn antwoord: 'Tomorrow'.
In het hotel werd het ontbijt elke dag standaard geserveerd met een omelet. Ik had er genoeg van, en vroeg of ik misschien een gekookt ei zou kunnen krijgen. 'Is possible, but will take very long', was het antwoord. Hoelang dan was mijn vraag. 'Twenty minutes' was het antwoord. Hoe kookt men in Ethiopie in hemelsnaam eieren vroeg ik me af.
Twee maal macaroni besteld. De ober vraagt 'two macaroni'. 'Yes' beantwoorden we blij dat de boodschap is overgekomen. 'Two pasta', zegt de ober nog een keer. Oké, als je zo wilt noemen best, nog een keer zeggen we blij 'yes'. Ruim een half uur later komen er vier enorme borden binnen, twee met macaroni, twee met spaghetti.
Nog twee zaken die ons in de horeca bevreemdden. De vraag 'warm of koud' als je een biertje of cola bestelde. En de vraag of het flesje moest worden opengemaakt. 'Nee, laat maar dicht, kijken naar een biertje is al voldoende eigenlijk.' Maar misschien was de openen-vraag vooral bedoeld om beleefd te zijn.

ALLES IS ANDERS
Met de bus naar Lalibela vanuit Addis Ababa. Ik zal jullie het hele reisverhaal besparen. Twee dagen honkebonken over een slechte weg, bijna constant lokale muziek over kapotte krakende luidsprekers, meestal op een volume dat bijna alles overstemde behalve de herrie van de motor. Heerlijk was het, vooral toen het voorbij was. Ook nog vermeldenswaard is dat voor de tweede dag, waarop we een tweetal moeilijke passen moesten nemen, de hele bus en alle passagiers door een orthodoxe priester werd gezegend. Een groot kruis werd tegen iedereen zijn voorhoofd gedrukt, daarna mochten ze het twee keer zoenen. De Ethiopiërs werden er zichtbaar rustiger van. Op ons had het juist een averechts effect. Wat gaat er komen dat slechts met behulp van een hogere macht te overwinnen valt.

's Ochtends wachten op de bus

Ik wilde echter alleen het ticket bespreken. De tekst is geschreven in het Amhaars, de offciele taal van Ethiopië. Amhaars is een Semitische taal, net als het Arabisch en Hebreeuws. Als enige taal bezuiden de Sahara heeft het een schrift ontwikkeld (wel volkomen onleesbaar, maar vooruit, het is een schrift – dat was dus een poging tot humor). Het ticket zelf is niet te lezen voor ons, maar de ingevulde gegevens heeft men in Latijns schrift gedaan. Hierdoor is gemakkelijk op te maken om welke gegevens het gaat.
Passagiers: Has en Gwyen (Oftewel Hans en Gwen)
Vertrekdatum: 14-6-2000 (Hè???? O, ja, ze hebben een andere jaartelling. Ze liggen ruim 7 jaar achter, het tweede millennium is net begonnen. Bovendien valt oud-en-nieuw in september, en is februari dus maand 6 ipv 2)
Tijdstip: 11.00 (Lijkt mee te vallen, maar in Ethiopië is het 12.00 als de zon opkomt, niet als hij op zijn hoogst staat. 11.00 uur is dus 1 uur voor zonsopgang, oftewel 5.00 ’s ochtends. Om kwart voor vijf waren we aanwezig, uiteindelijk reed de bus om half zeven onze tijd het busstation uit.)
Has en Gwyen op 14-6-2000 om 11.00 wordt dus Hans en Gwen op 22-2-2008 om 5.00 uur 's ochtends.

Oké, dat was lang zat dacht ik. Nog even voor de voor de volledigheid onze toeristische activiteiten sinds ons vertrek uit Addis Ababa.
Met de bus in twee dagen naar Lalibela. Onderweg overnacht in Dessie, interessant omdat het een doorsnee Ethiopisch stadje was. Onderweg kennis gemaakt met een redelijk aantal van onze medebuspassagiers. De Engelse woordenschat varieerde van 2 tot 8 (aantal woorden). De toekomstige leraar Engels kende er flink veel meer, maar sprak ze voor ons bijna allemaal onverstaanbaar uit. Hetzelfde gold vice versa als wij wat tegen hem zeiden.

Een van de rotskerken in Lalibela

In Lalibela de in de rotsen uitgehakte orthodoxe kerken bezichtigd. Fantastisch. Ik ben zelfs nog op zondagochtend om zes uur 's ochtends naar een kerkdienst gegaan. De kerk zelf was niet toegankelijk, er konden sowieso niet al teveel mensen in. Bijna iedereen stond buiten en las de bijbel mee, bij de gezangen werd er door de massa, gekleed in lange, min of meer witte gewaden, soort van mee geneuried. Hele speciale ervaring om bij te zijn. Later ook nog een mooie bergwandeling gemaakt.
In Aksum, meer naar het Noorden, de stelea (obelisken) bekeken die daar in grote aantallen zo'n 2000 jaar geleden zijn neergezet. Daarnaast is er de kerk die volgens de Ethiopische orthodoxe kerk de oorspronkelijk Ark van het verbond bevat, door Mozes ooit ontvangen in de Sinai als ik het goed heb. In tijden lang her is de Ark door de zoon van de joodse koning Salomon en de Ethiopische koningin van Sheba uit Jeruzalem meegenomen. De Ark zelf kan je uiteraard niet zien. Zoals iedereen weet uit Indiana Jones' 'Raiders of the lost Arc' zou bij de aanblik onmiddellijk een vuurzuil neerdalen waarna er niet meer dan een halve asbak vol met stof van je overblijft. Om dit de voorkomen is de Ark veilig opgeborgen, en mag je zelfs het gebouw tot op maar 20 meter naderen, tenminste mannen. Vrouwen moeten nog verder wegblijven. Voor die laatste extra restrictie zal ongetwijfeld een goede reden zijn......

Vrijdag 29-2 gaan we van Addis naar Zanzibar. Tropisch strand, ook wel eens lekker.
Daar is de beurt qua weblog weer aan Gwen. Vanaf 16 maart wordt er weer gefietst.

ENGELSE LES
Nog een nagekomen bericht. Op straat in Aksum vroeg iemand of we wilden assisteren bij het geven van een Engelse les. Geen probleem, het leek ons wel interessant. De leerlingen mochten ons allerlei vragen stellen, wij antwoordden. Het ging over Nederland, voetballen, ons gedachten over Ethiopië en Afrika, en dat soort zaken. Toen stelde de leraar zelf een vraag. 'Stel dat je door een homoseksueel met AIDS, een Soedanees dus, met een machinegeweer gedwongen wordt tot sex, wat kies je dan: sex of je laten neerschieten?' En voor Gwen dezelfde vraag maar dan met een lesbienne, uiteraard ook uit Soedan. Leerzame vragen. We hoorden van de leraar dat er in Ethiopië geen homoseksualiteit voorkwam, in Soedan wel heel veel. In het onwaarschijnlijke geval van een Ethiopische homoseksueel werd de persoon in kwestie geëxecuteerd aldus de leraar. Als antwoord hebben we een pleidooi gehouden voor een wat liberale houding ten opzichte van homoseksuelen. We kregen niet de indruk dat het enorm veel indruk maakte.

JAMBO
Ondertussen op Zanzibar aangekomen. Van ruim 2400 meter hoogte en best wel fris zodra de zon weg was, naar tropisch zeeniveau. Een warme klamme deken die dag en nacht over alles heenligt. Jammer dat we de langzame overgang van de verschillende klimaatzones niet hebben kunnen meemaken.
'Jambo' is de begroeting hier. Volgens de reisgids houdt deze groet in 'He, blanke, hoe gaat het, jij spreekt vast geen Swahili'. Mogelijke antwoorden zijn 'Sijmabo' 'Met mij gaat het goed, en brand maar los in Swahili', of Jambo 'Best goed, dank je, en Swahili weet ik inderdaad niets van'. Mooie compacte taal dat Swahili. Wij houden het voorlopig maar op Jambo. (Hans)


Lees verder...

donderdag 21 februari 2008

Ethiopië op de fiets

We zijn nu twee weken in Ethiopië, waarvan negen fietsdagen. Vooraf waren we gewaarschuwd, een prachtig land, maar vol met stenen gooiende kinderen.

Ethiopië is inderdaad vol met mensen. Zelfs op het platteland is er altijd wel iemand in zicht en meestal loopt er een colonne volk, al dan niet met vee, langs de weg.
De reden dat de kinderen stenen gooiden, was ons verteld, was omdat ze aandacht wilde hebben en contact zochten met de “ferenji” (buitenlanders). Aldus gewaarschuwd en in de wetenschap dat in de periode voordat wij langsfietsen al zeker 40 fietsers voorbij zouden zijn gekomen die niet voor ieder kind aandacht hadden gehad voerde wij de tactiek: beter tien keer teveel “salaam” (hallo) gezegd dan één keer te weinig. Naar iedereen (kind en volwassene) die wij voorbij fietste riepen wij vrolijk “Salaam”of “Hello” als ze nog niets van zich hadden laten horen. Van de volwassenen reageerde 99% hierop positief met “Salaam noe” (hallo hoe maakt u het), “welcome” of vriendelijk geknik. Af en toe stopte er zelfs een auto, ging het raampje naar beneden en werden we welkom geheten in Ethiopië.
De meeste kinderen lieten vooraf al van zich horen. De wijze waarop verschilde van dorp tot dorp. De eerste dagen was het vooral veel “youyouyou”, een term waar je even aan moest wennen voordat je vriendelijk terug salaamde. Later werd er vooral “Ferenji” geroepen. Door de allerkleinsten terwijl ze van blijdschap bijna in hun broek leken te plassen zodat ook daarop door ons weer enthousiast gezwaaid, hello-d en gesalaamd werd.
Andere kinderen begroetten ons met “moneymoneymoney”, de kleinsten weer zo enthousiast dat je niet dacht dat ze wisten wat ze precies riepen dus kon er worden teruggezwaaid. De iets oudere kinderen waren soms met een strenge “salaam” ook tot beleefdheid te dwingen, maar anderen bleven soms vervelend lang meerennen (bergop gingen we niet zo hard) met kreten die varieerde van “give me money”, “give me all your money”, “give me the money” en “pen pen pen”. De meesten kon je met vriendelijk gelach wel duidelijk maken dat het onbegonnen werk was. Een paar stonden klaar met stenen in de hand.

Per dag hebben we honderden kinderen gezien en gegroet. Het aantal keren per dag dat er stenen werden gegooid varieerde van maximaal vijf (waarvan 1 raak) tot nul. De kleinere potentiële stenengooiers kon je meestal afbluffen door nog even streng achterom te kijken of te wijzen dat je gezien had dat hij of zij stenen in de hand had. De keren dat er wel gegooid is was vaak van verder weg (boven de weg of vanuit het veld) of uit onverwachte hoek (na een braaf heen en weer gesalaam alsnog van achteren). Ik ben uiteindelijk twee keer door stenen geraakt, Hans had één tak in zijn achterwiel en één steen tegen zijn fiets (wel toen hij met hoge snelheid een berg afzoefde, dus best gevaarlijk). Dat valt dus reuze mee!

Van anderen hoorden we ergere verhalen, ik vermoed dat onze salaam-tactiek ons geholpen heeft.

Inmiddels zitten we dus in de grote stad. Hier wordt niet iedereen meer door ons gegroet (al was dat even wennen), maar af en toe roept er nog wel iemand enthousiast “welcome”. De groep is vanochtend zonder ons doorgefietst. Tot 29 februari zullen we ontdekken hoe Ethiopië is als je niet op de fiets zit maar bijvoorbeeld in de bus. Daarna gaan we even relaxen op Zanzibar (dan is er pas echt er reden tot jaloersheid bij de achterblijvers!).
De eerste foto’s van Ethiopië staan als het goed is ook online.
(Gwen)

(ja ja, weer door Tyra geplaatst)

Lees verder...

dinsdag 19 februari 2008

Afzien

Er kwam bij ons wat voorzichtige kritiek binnen over de weblog. Of er misschien wat meer antropologische beschouwingen en verhalen over de culturele achtergrond van de befietste gebieden opgenomen konden worden. Het volgende stukje poogt een antwoord te geven waarom we op deze punten tot nu toe in gebreke zijn gebleven.

(Door de slechte bereikbaarheid van onze weblog in Ethiopië volgt nu pas het stuk dat voor een week geleden bedoeld was. We zijn ondertussen veilig en wel in Addis Abeba aangekomen. Het verslag over onze Ethiopische wederwaardigheden volgt binnenkort.
Voor de oplettende alles-lezer die overlap opmerkt met de laatste tekst van Gwen: maak je geen zorgen, we lezen elkaars bijdragen heus wel :-). Één keer past het in de lijn van het verhaal, één keer, over de dode dieren in Soedan, denk ik leuk te zijn…
Allerlaatste toevoeging: er zijn nieuwe foto’s van Soedan!
)

AFZIEN
Na aankomst in Khartoum was er geen reden meer om te klagen over de kou. Het temperatuur verloop in onze drie dagen in de stad was 25C, 31C en 33C. Bij 25C had nog maar ruim de helft van de Khartoumezen zijn dikke winterjas aan, bij 31C was het al een minderheid. Tijdens de vier lange fietsdagen van Khartoum naar de Ethiopische grens, steeds zo’n 140 tot 150 km, ging de temperatuur verder richting normale Soedanese waarden voor de tijd van het jaar. Onze medefietsers maten temperaturen boven de 40C, tot aan 47C aan toe. Ik weet zeker dat de metingen niet voldeden aan de standaarden van het KNMI, maar midden op de dag zaten we zonder twijfel ver in de 30.

Behalve de afstand en de hitte kreeg ik een bijkomend probleem. Om te fietsen moet je eten, heel veel. En drinken, zo mogelijk nog meer, vooral als het heet is, erg heet.
Over de hoeveelheid eten die de Tour d’Afrique ons voorschotelt kunnen we niet klagen. Wel over de variatie. Elke dag waren er met lunch dezelfde pita broodjes. Hoe verder van de laatste boodschap plaats, hoe uitgedroogder. Het beleg, tomaat, komkommer, jam, pindakaas, regelmatig tonijnsalade, leverde minder problemen op, maar de broodjes kon ik nog slechts met de grootst mogelijke moeite naar binnen krijgen.

beetje stoffig beetje zoutig

Daarnaast krijgen we per dag twee energie-repen. Regelmatig zien we een uiterste consumptiedatum die al ruim verstreken is. Maar het spul is gegarandeerd 100% vrij van enig natuurlijk ingrediënt zodat we ons daar geen zorgen om maken. Wel riep de helemaal uit E-nummers opgebouwde smaak steeds meer weerstand uit de maag op.
Drinken leverde nog een groter probleem op. Het water dat we krijgen is lokaal getankt, en moet heftig gechloreerd worden om het voor ons drinkbaar te maken. Naast water krijgen we, zoals Gwen al schreef, FF (Fast Fuel). Een laf smakend drankje gemaakt uit het zelfde gechloreerde water met een poedermengsel van zout en suiker. Probeer dat maar eens weg te krijgen als het in je bidon is opgewarmd tot badwatertemperatuur. Toch moet je per dagdeel minstens een 2-3 liter water en FF wegwerken. Ik dwong mezelf, tot aan misselijkheid aan toe.

en beetje vermoeid

Je wilt drinken, heel veel drinken, maar alles wat je kan drinken staat je tegen. Je wilt eten, heel veel eten, maar elke hap staat je tegen, maakt je misselijk.
En toen kwamen we in Ethiopië. Dezelfde toestand als in Soedan, met slechts twee kleine wijzigingen. Het asfalt verdween en werd steenslag of los grind, en geen glooiende vlakte meer, maar bergen. Gwen heeft het al verteld, maar ik moet het nog een keer vermelden. Hellingen tot 13%, terwijl de Alp d’Heuz met asfalt net de 10% haalt. En dan zitten ze nog onder de doping ook. Ons beste klimprestatie tot nu toe was geloof ik de Hollandse brug tussen Amsterdam en Almere. Nu moesten we kilometers achter elkaar omhoog. Elke keer hopen dat het de volgende bocht de laatste zou zijn, steeds maar vloeken, tieren schelden omdat het weer verder omhoog ging. Eindelijk naar beneden wilde je vaart maken, maar er was nergens een glad stuk. Alles trilde, schokte, deed pijn, kilometers lang, en dan weer opnieuw omhoog.
Ergens onderweg omhoog verdwijnt alles, is er alleen nog de helling. Er is geen stoppen, er is niets anders dan omhoog moeten. Zelfs als ik wist dat ik uiteindelijk van mijn fiets zou vallen, misschien zelfs dood zou neervallen, toch zou ik doorgaan. Beter dood dan opgeven, zo voelde het op de fiets. Niets in de eeuwigheid zou me er van weerhouden die @#$%&# helling te bedwingen. Ik bedacht nog dat het volgende stadium zou zijn: was ik maar dood, dan kon ik opgeven. Een andere legitieme reden om op te geven leek er niet te zijn.
Ik tik dit een paar dagen later op een hotelkamer. Het lijken nu wel erg grote woorden. Als ik het echt niet meer had gekund had het gezonde verstand waarschijnlijk toch wel weer toegeslagen. Denk ik nu. Maar toen niet.
Na die eerste dag in Ethiopië kwam ik s’avonds om kwart voor zeven aan als allerlaatste aan. Ik kreeg een applaus van de rest. Gwen was, totaal op en verstandiger dan ik, ’s middags al in de truck gestapt, had onze tent al opgezet, en verzorgde me liefdevol (welkomswoord: ‘he, halve gare’) . Eten kon ik nauwelijks, en toen ik hoorde dat de volgende dag nog zwaarder zou zijn besloot ik mijn eerste dag in de truck door te brengen. Mijn wat meer getrainde medefietsers maakten die volgende dag mee wat ik op Ethiopië dag 1 al voor mijn kiezen kreeg. Vanuit de truck zag het er fantastisch uit. Achteraf dacht ik, had ik het ook niet moeten doen. Nog kapotter, nog dichter bij het uiterste. Wat zou het mooi zijn geweest het toch te halen.
Voor ouders en andere mensen die zich eventueel zorgen zouden aan maken: we blijven echt wel verstandig, vooral Gwen. De laatste twee dagen fietsen in Ethiopië waren gemakkelijk en ontspannen, tot Addis Abeba wacht ons alleen nog asfalt (en de Blue Nile Gorge, 1200 meter naar beneden, daarna aan de andere kant weer 1200 meter omhoog, misschien moeten de Ethiopiërs eens bekend worden gemaakt met het concept ‘brug’)

Daarom dus maar weinig nieuws over culturele zaken. We zijn alleen maar heerlijk aan het afzien. Vanaf Addis Abeba komt er verandering. Dan zijn we drie weken fietsvrij.

NAGEKOMEN SOEDAN NIEUWS
Eerste indrukken kun soms bedrieglijk zijn. Daarom wat opmerkingen achteraf.
De gemelde verkeersluwheid in Khartoum werd vooral veroorzaakt door de vrijdag gebedsdag, en de vrije zaterdag. Op zondag, een gewone werkdag, was alle rust opeens verdwenen. Met de taxi zaten we klem in een file, we deden ruim een uur over het ritje terug naar de camping.
Het liberale klimaat in Soedan werd door sommige medefietsers tegengesproken. Zij waren op de camping aangesproken door Soedanezen die vonden dat alle vrouwen uit onze groep ten alle tijden hun haar bedekt moesten houden. Daarnaast kregen mensen commentaar toen ze een rol biscuit deelden tussen mannen en vrouwen. Het zou niet goed zijn als mannen ook door vrouwen genuttigd, dus onrein, voedsel zouden eten. Het laatste vond ik een beetje eigenaardig. Zoiets had ik nog nooit eerder gehoord, in geen enkel moslimland.. Die opmerkingen over het haar bedekken waren trouwens ook vreemd. In Khartoum zelf liep minstens een kwart van de vrouwen zonder hoofdbedekking, en dat leek geen enkel probleem te zijn.
Wat wij van Soedanezen in Khartoum hoorden was dat het klimaat heel strikt Islamitisch is geweest tot een jaar of vijf geleden, maar dat sindsdien zaken veel vrijer geworden zijn.
Richting grens van Ethiopië werd de behandeling van vrouwen duidelijk minder liberaal. Uiteindelijk leverde het een bijna Noord-Pakistaans straatbeeld op. In de dorpjes bijna alleen maar mannen op straat, vrouwen totaal onbenaderbaar, meestal alleen maar zichtbaar glurend vanachter een schutting of door de deuropening.

Mijn respect voor de mummificatie techniek van de oude Egyptenaren is enigszins afgenomen. Zoals Gwen al vertelde lag in Soedan langs het eerste drukke stuk weg na Khartoum het ene na het andere kreng (dierenlijk). Alle soorten, honden, katten, ezels, koeien, dromedarissen, buffels, wat je maar kon bedenken, en in alle mogelijke stadia, opgeblazen als een ballon, omgeven door een wolk van vliegen en weeïgheid, maar uiteindelijk vaak als een perfect geconserveerde mummie. Wel hoe dichter bij de weg, hoe platter. Soms kwam je haast in de verleiding zo’n honden-haardkleedje, dromedaris of pakezeltje mee naar huis te nemen. Maar wat moet je ermee? Eenmaal thuis verhuist dat spul natuurlijk, zoals altijd, naar zolder.

(geplaatst door Tyra, want ze zijn nog steeds niet online)

Lees verder...

dinsdag 12 februari 2008

Van Khartoum naar Gondar (Ethiopië)

Soedan
Vanuit Khartoum fietsten we richting zuid-oosten. Drie dagen van 140 a 150 km op de verharde weg. De wind was niet meer zo mee als vóór Khartoum, dus af en toe was het ploeteren. De temperatuur had inmiddels ook zijn normale meer dan 40 graden bereikt. Wel heerlijk om niet op te hoeven staan in de ijzige kou, maar de hitte op de fiets was misschien ook weer overdreven.

Vanuit Khartoum was het een drukke weg. Het leek of vooral personen werden vervoerd. Hiervoor hadden ze verschillende bussen. Kleintjes die voor elke soedanees stopte, grotere die bij de dorpjes en busstations stopte en grote snelle doorgaande met volgens de pictogrammen, airco, wc en TV die alleen maar toeterde en heel hard voorbij raasden en waar je soms voor de berm in moest duiken. Het asfalt lag meestal zo’n 25cm hoger dan de berm, dus dat was niet een actie die je graag ondernam.
De kleine en middelgrote bussen reden meestal wel netjes om je heen, maar hadden op hun voorwielen uitsteeksels zoals op de Romeinse paardenwagens, misschien om de concurrentie uit te schakelen? In elk geval voor ons fietsers ook reden genoeg om afstand te houden.

Het traject was een beetje saai, alsmaar rechtdoor met af en toe een flauwe bocht. Van pure zand en rotsenwoestijn veranderde het landschap heel langzaam in wat meer savanne-achtig, wat begroeiing, maar nog steeds erg stoffig. Weer later waren er grote velden met recent geoogste mais. Af en toe stonden er een paar hutjes bij elkaar (in eens niet meer van klei-stenen, maar rond van hout en stro) met daarbij een oogstmachine.
Een ander opvallende zaak was het grote aantal dode dieren langs de weg (van kamelen, via ezels, koeien, honden en katten naar egels). Vooral bij de grotere dieren verraadde de weeïg zoete geur al dat er een in de buurt was. We vroegen ons af waarom ook de grote dieren vaak nog compleet op de weg lagen en dat ze niet in de stoofpot werden gebruikt, maar kwamen tot de conclusie dat dit misschien om religieuze redenen was omdat ze niet ritueel geslacht waren.

Na drie dagen waren we bijna bij de grens met Ethiopië. De laatste kilometers werden we (het groepje achterblijvers) begeleid door een pick-up met een stuk of acht militairen en een grote mitrailleur achterop. De dorpjes waar we nog langs kwamen leken ook vooral militaire kampen, duidelijk een grensgebied.

De grens
Aangekomen in Gallabat, het grensdorp aan Soedanese zijde, mochten we eerst langs de politiepost om te checken of we ons steeds wel netjes bij de politie hadden gemeld. Daarna de douane, waar we (alweer) een formulier mochten invullen over de reden van ons bezoek aan Soedan en toen mochten we de brug over naar Ethiopië waar het plaatsje Metema heette.
Wij waren al gewaarschuwd dat er een lange rij was bij deze douane (wij waren natuurlijk weer als laatste binnen) en besloten daarom om eerst maar naar het kamp te gaan dat aan de overzijde van de weg lag om een soepje te eten. Toen wij 20 minuten later met onze paspoorten naar het kantoortje togen zaten er nog een aantal mensen (aan het bier dat wel) die er al meer dan 1,5 uur hadden zitten wachten.
Het systeem was als volgt: bij binnenkomst in het kantoor (een hutje met 2 bureaus, 3 medewerkers, veel papier en aan de wand kalenders van een bekend Ethiopisch biermerk) mocht je het paspoort op een stapel leggen. De bovenste op deze stapel werd door medewerker nr1 vergeleken met een handgeschreven lijst met, zo vermoeden wij, door interpol gezochte terroristen. Een Duitse jongen met een naam die teveel op één van de namen op de lijst leek kreeg zijn paspoort zelfs pas de volgende dag terug.
Na goedkeuren door medewerker nr1 werden de paspoorten op een volgende stapel gelegd. Medewerkster nr2 keek ze even in en legde ze weer terug op dezelfde stapel waar dan weer een nieuw paspoort op was gelegd door medewerker nr1, dus moest de stapel ge-reshuffeld. Medewerkster nr3 tenslotte pakte daar weer de bovenste van en schreef op een vel papier alle wetenswaardigheden over en wilde graag weten welk beroep de betreffende persoon had. Had je alledrie met goed gevolg doorlopen dan kreeg je een stempel (medewerkster nr2) en mocht je gaan.
Dit systeem had tot gevolg dat iemand die met ons mee was gekomen binnen 5 minuten weer buiten stond, terwijl er mensen waren die al 1,5 uur aan het wachten waren. Hans had het systeem snel door en zorgde dat zijn paspoort ook redelijk snel bovenop de laatste stapel kwam. Kon hij mooi de tent opzetten!
Toen ik aan de beurt was, was net het vel van medewerkster nr3 vol. Even leek het of het hiermee einde kantoortijd was, maar gelukkig bleek er nog een leeg exemplaar voorhanden. En zo waren we ineens allebei in Ethiopië.


Ethiopië
De verharde weg hield meteen op. In het dorpje was het druk, met mensen maar ook met koeien, geiten, kippen etc.
De volgende dag mochten we 100km fietsen over de onverharde weg. Het landschap was bij de grens ook ineens veranderd. Het werd groener en bergachtiger. Een lust voor onze ogen na bijna een maand woestijn. Het fietsen over onverharde wegen was weer bijzonder zwaar voor ons “ongetrainden”. Ik heb de lunchtruck op 60km net gehaald en besloot om de resterende 40km maar niet meer te fietsen. Hans fietste door. Het bleek nog zwaarder dan de ochtend, met stijgingspercentages tot 13% (op onverharde wegen). Uiteindelijk wist hij nog net vóór donker het kamp in de bergen te bereiken, redelijk uitgeput!

Onderweg waren de kinderen zo mogelijk nog enthousiaster dan in Soedan. Het grote verschil, er waren nu veel meer gemengde groepen (jongens en meisjes) en ze waren iets handtastelijker. Tot aan Gonder gingen we over het platteland, of eigenlijk door de bergen met ruraal gebied. Stromen mensen liepen met hun goederen (een mandje fruit, een zak ?, een paar geiten) naar een dorpje bovenop een berg. We vermoeden dat het marktdag was. Hier liepen de mensen nog niet met mobiele telefoons, maar vaak wel met een paraplu tegen de zon. Het berglandschap was weer adembenemend, al vertelde een local dat het hier maar een woestijn was vergeleken met een eindje verderop.

Vanwege de zware fietstocht van gisteren besloten we om vandaag allebei een rustdag op de truck te nemen (ook omdat vandaag was aangekondigd als nog zwaarder dan gisteren). Zelfs in de truck was het een behoorlijke rit en gezien het stijgingspercentage hadden wij geen spijt van onze beslissing. Tja, Hans is nu dus ook EFI af (maar dat waren er meer vandaag).
Nu dus in Gonder waar we morgen (zondag) een officiële rustdag hebben. Daarna schijnt het gelukkig weer een stukje verhard te zijn.

Op 19 februari komen we aan in Addis Ababa. De tour fietst daarna door tot aan de grens met Kenia en gaat dan weer met de bus terug. Hoogst waarschijnlijk fietsen wij dat niet mee. Dat geeft ons drie weken de tijd om wat meer rond te reizen in Ethiopië (lekker met de bus) en daarna nog Zanzibar (paar daagjes strand) en alvast wat Tanzania te zien voordat we 16 maart weer doorgaan met fietsen. Een soort vakantie van de vakantie dus. Maar niets is zeker in Afrika.
(dit bericht is geplaatst door Tyra wegens technische problemen in Ethiopië)

Lees verder...

zondag 3 februari 2008

Khartoum en de weg er naar toe

Een wat langer verslag. De volgende keer dat we kunnen internetten is waarschijnlijk pas in Gondor, Ethiopië over een dag of zes. In Addis Abeba zijn we pas 20 februari.
Er zijn foto’s toegevoegd aan Egypte, en het eerste gedeelte Soedan staat er ook.

De eerste kennismaking met Khartoum was allerhartelijkst. Vanaf de stadsrand gingen we in konvooi, onder politiebegeleiding met luid loeiende sirenes, richting overnachtingsplek. Overal bleven mensen langs de weg staan kijken. Menigmaal was applaus en zelfs gejuich ons deel. ‘Welcome, welcome’ werd er geroepen.
’s Avonds wilden we wat baklava kopen. Het is hier net zo lekker als we in Nederland van de Turk kennen. Een Soedenees die wat Engels sprak was behulpzaam bij de bestelling. Toen we wilden afrekenen, het was ruim een halve kilo van het zoete spul, stond hij erop voor ons te betalen. Meerdere keren afslaan van het aanbod hielp niets. ‘You are our guests’, legde hij uit.

Downtown Khartoum

We zitten momenteel voor één nachtje in een hotel in het centrum van Khartoum. Zojuist de highlights van de stad bekeken. Ik denk niet dat Khartoum de volgende toeristische topbestemming zal worden. Het stoffige centrum staat voornamelijk vol met overheidsgebouwen, en half afgebouwde hoogbouw. Vaak is er geen enkele bouwactiviteit te ontdekken, alsof halverwege het geld is opgeraakt en men op betere tijden wacht. Die zouden volgens alle economen al lang moeten zijn aangebroken. Soedan kent, vooral dankzij de stijgende olieprijzen, één van de snelst groeiende economieën van Afrika, en Khartoum is de plek waar al het geld verdeeld wordt.
Het centrum is opvallend rustig voor een stad van bijna 5 miljoen inwoners. Voornaamste reden is dat alle rickshaws (wij zouden ze tuk-tuks noemen) geweerd worden uit het centrum, evenals de meeste taxi-busjes. Het is heerlijk verkeersluw.
De camping hebben we voor een dag de camping gelaten. De medebewoners van de camping waren interessant genoeg. We ontmoetten bijvoorbeeld de olympische atletiek afvaardiging van Somalië, bestaande uit precies één atleet. Erg aardige jongen, hij gaat meedoen aan de 800 en 1500 meter. Hup Somalië! Daarnaast nogal wat vluchtelingen uit de rest van Soedan, maar ons is niet helemaal duidelijk geworden van waar ze kwamen, en waarom ze er zaten. Het woord Darfur is niet gevallen. Het grote minpunt van de camping is echter de locatie, aan de rand van de stad, zo’n 15 kilometer buiten het centrum. Daarnaast is het wel eens lekker eens een nachtje niet te kamperen. Zojuist gezien dat de satelliet-tv op onze kamer1092, voornamelijk Arabische, zenders aanbiedt (er zitten wel wat dubbelen tussen, ik zag een stuk of zes keer Bagdad TV langskomen). Hoe hebben we al die weken zonder kunnen doen vragen we ons nu af.

DE TOCHT
Sinds Dongela zijn we voortvarend doorgegaan. Er lag goed asfalt, en we hadden een stevige rugwind. Eerst twee dagen van 140 kilometer, daarna één van 160. De laatste dag van 70 tot Khartoum, en daarna 30 in konvooi door de stad beschouwden de meeste fietsers als een peulenschilletje. Wat is nou 100 kilometer, dat doe je normaalgesproken voor 12 uur.
Eerst ging het langs de Nijl, de laatste 300 kilometer dwars door de woestijn om de grote bocht van de Nijl naar het oosten af te snijden. Het was vrij zwaar door de Haboob, de zandstormen veroorzakende wind die meestal in december en januari waait. Overdag blies hij ons weliswaar voort, maar op de kampeerplek werd je compleet gezandstraald. De halve nacht klapperde de tent. ’s Ochtend maten we temperaturen van 6 graden in de tent, kun je voorstellen hoe het buiten was in de stormwind.
Schitterend was het om te zien hoe de Nijl zijn weg zocht door de woestijn. De niet te stoppen watermassa, een heel dun randje groen, waar mensen zich er niet mee bemoeid hebben niet meer dan twee palmenrijen en wat struikgewas dik, en gelijk daarna niets dan woestijn. Je kon zowat een liniaal langs de scheiding leggen.

DE SOEDANEZEN
Door de beelden van Darfur en het beertje Mohammed heb je je al een bepaald beeld van Soedan gevormd. Een arm, moslimfundamentalistisch land. Natuurlijk ligt de werkelijkheid genuanceerder.
De eerste paar dagen leek Soedan op een vriendelijker, afgezwakt Egypte. De kinderen riepen over het algemeen ‘Welcome’ of ‘Hello’, soms ‘pen’, of ‘money’. Een enkele keer waren ze echt vervelend. De volwassenen waren altijd voorkomend, als je een kort gesprekje met ze aanging werd je al snel bij ze thuis uitgenodigd. En iedereen wilde steeds maar op de foto, kinderen zowel als volwassen.. ‘Camera, camera’ riepen ze dan.
Vrouwen benaderden ons op een erg open manier. Het leek in niets op wat ik van bijvoorbeeld Pakistan ken. Zelfs de enkele vrouw in niqaab, alleen een streepje met ogen zichtbaar, zwaaide enthousiast naar ons als we langskwamen.
Soedan leek ook een land in snelle ontwikkeling. Veel nieuwe, keurig onderhouden gebouwen, veelal met een overheidsfunctie..
Vlak voor Dongola veranderde het beeld. De mensen werden wat ingetogener. Wij moesten meestal als eerste groeten. Dat werd wel bijna altijd, ik zou haast zeggen blij verrast, beantwoord. Kinderen bleven vaak op een afstandje alleen maar kijken. Wie waren die vreemde mensen.
Na Dongola veranderde het beeld verder. Langs de Nijl was het echt pure armoede. Vooral kinderen waren gekleed in bijna vodden, smerig, namen geen moeite de vliegen die hun constant lastig vielen weg te jagen. Men leefde van het hoeden van geiten, kamelen, en wat landbouw langs de Nijl. Een winkeltje had wat zakjes zeeppoeder die ze bij ons als gratis samples door de brievenbus gooien, drie schriften en wat onbestemde stukjes zeep.
Een jongen bekeek me van een afstandje. Toen ik mijn hand uitstak deinsde hij verschrikt terug. Foto’s vond men vaak geen goed idee. Ik zag de eerste keer dat vrouwen zich omdraaiden als ik eraan kwam. Maar dat werd waarschijnlijk vooral veroorzaakt omdat ik, nogal cultuur insensitief, in korte broek op weg was naar de Nijl.
Maar ook op het laatste stuk, als je maar een fatsoenlijke broek aanhad, en wat meer moeite deed voor de eerste kennismaking, bleven de mensen uiteindelijk allervriendelijkst en verwelkomend.

DE PRIJZEN
Een vergelijking op financieel gebied voor wie nog twijfelt tussen Egypte en Soedan als vakantiebestemming. De gemiddelde Egyptische middenstander hanteert ten opzichte van de toerist een volkomen geliberaliseerd prijsbeleid. In Luxor wilden we een zak chips kopen, in Egypte net zo’n doorsnee artikel als bij ons . ‘30 pounds, but for you special price, 25 pounds’. Dat zou ruim drie euro zijn. Uiteindelijk kregen we de zak voor 5 pond. Daarna wilde degene die ons hielp nog graag een briefje van 50 piaster (een half pond) wisselen voor twee briefjes van 20 pond, en één van tien. Daar zagen we maar vanaf.
Voor een kopje chai (thee in een klein glaasje met een flinke eetlepel suiker, net zolang geroerd tot alles is opgelost) betaalden we in het begin 2,50 pond, in de buurt van Aswan kwamen we uiteindelijk op een half pond.
Van Soedan zou je juist kunnen zeggen dat ze het meest starre prijssysteem ooit hanteren.. Speciale prijzen voor buitenlanders kent men ook. Het gaat echter volgens een systeem dat geniaal is in zijn eenvoud. Sinds kort kent Soedan een nieuwe munt, het Soedanese pond. Daarvan gaan er twee in een dollar, drie in een Euro. In Soedan kost (bijna) alles voor de toerist simpelweg één pond. Maakt niet uit wat je koopt. Flesje cola, chai, koffie met of zonder melk, klein flesje afwasmiddel, broodje falafal zonder ei, broodje falafel met ei, broodje kip shoarma, fuul (bonen met wat zout en kruiden) alles is één. Pas hier in de grote stad doet men af en toe ingewikkeld. Een flesje cola kregen we in een winkel voor 0,60 pond. Nodeloos ingewikkeld!
(Hotels en restaurant eten zijn trouwens wel redelijk aan de prijs hier. Boven Egyptisch niveau zou ik zeggen).
Als laatste tip voor de potentiële Soedan-ganger: neem voldoende toiletpapier mee als je niet alles met je linkerhand wil afhandelen. In Noord-Soedan is toiletpapier überhaupt niet te krijgen. In Khartoum kosten twee rollen toiletpapier 6 pond, dat is bijna een euro per rol.

OP ORDE
Vooral door krachtig ingrijpen van Gwen hebben we nu eindelijk de zaken rond red box en permanent bag op orde. Voor degene die nog niet volledig is ingevoerd in de Tour d’Afrique terminologie: de red box kunnen we elke dag bij, de permanent bag is alleen beschikbaar op rustdagen, gemiddeld eens in de vijf-zes dagen. Probleem van de red box is dat de afmetingen beperkt zijn, en dat je niet elke dag eindeloos wil passen en meten in de vroege ochtend koude. Behalve onze fietskleding hebben we nu elk 4 of 5 onderbroeken ter beschikking en 1 t-shirt. De rest bleek totaal overbodig. Je loopt gewoon 5 dagen in dezelfde fietskleding, het enige wat je echt uit wil doen is je fietsbroek. Ik wilde één en ander nog wel wat verder doorvoeren. Als ik eenmaal op een bepaald pad ben gezet, ben ik soms niet meer te stoppen.. Mijn ultieme voorstel was om met één fietsbroek dag en nacht gedragen, vier maanden lang, de hele Tour d’Afrique te doen. Die fietsbroek zou ik dan terug in Nederland bij opbod verkopen voor een goed doel. Gwen vond het geen goed idee.

Fysieke staat Gwen en Hans: Na twee dagen rust is de vermoeidheid uit het lijf verdwenen. Beiden hebben we zo’n gebarsten onderlip die je altijd in films ziet als mensen na één of ander ongeluk een lange tijd bijna zonder water door de woestijn trekken. Af en toe wel wat pijnlijk, vannacht werd ik wakker toen mijn beide lippen aan elkaar waren geplakt, maar verder voornamelijk stoer voor foto’s.

Mentale staat Gwen en Hans: Los van hoe verschrikkelijk het is voor de Kenianen, maar de teleurstelling dat Kenia niet doorgaat lijkt bij ons minder dan bij de andere groepsleden. Noord-Kenia zou een soort reprise van Noord-Soedan zijn, alleen langer, nog slechtere weg, en heter. Voor een dag of 10 ‘vrij’ in Tanzania valt ook wel wat te zeggen. Wij gaan waarschijnlijk bijkomen op Zanzibar, en wat rondreizen. De meeste overige groepsleden willen de Kilimanjaro te lijf. In vijf tot zes dagen in kou en nattigheid naar 6000 meter klimmen, om daar in de laatste sneeuw te staan, met een kans van één op drie dat je het door hoogteziekte wordt geveld. Op de één of andere manier klinkt een tropische strand aantrekkelijker.
(Hans)

Lees verder...

vrijdag 1 februari 2008

Laatste Kenia nieuws

Even een kort bericht uit Khartoum, morgen of overmorgen volgt een uitgebreid verslag.

We zijn dus in Khartoum, weer 5 dagen fietsen in 4 dagen gepropt, maar heerlijk asfalt en veel wind mee.
Inmiddels is duidelijk geworden dat we Kenia gaan overslaan. De organisatie durfde het om verzekeringstechnische redenen toch niet aan. Waarschijnlijk vliegen we er nu overheen, van waar naar waar is nog onduidelijk, en we moeten de dagen die we anders zouden fietsen ons zelf zien te vermaken. Opties genoeg, Kilimanjaro beklimmen, weekje Zanzibar ... we zien het wel.
(Gwen)

Lees verder...

maandag 28 januari 2008

EFI is ook niet alles

Okay, ik ben een slappeling, zaterdag na de lunch ben ik op de truck gestapt.

Omdat we een extra rustdag kregen bij aankomst in Soedan moesten we de afstand van 5 dagen in 4 dagen afleggen. Dat zou geen probleem moeten zijn omdat de chinezen heel Soedan aan het asfalteren zouden zijn. De eerste 40 km op de eerste dag was inderdaad ongeveer de helft geasfalteerd, maar de rest was stuiteren (over ribbels en rotsen, glijden (over zand en steentjes) of tot stilstand komen (in diep zand). De eerste dag waren we (natuurlijk als laatste) weer net voor donker binnen. Tent opzetten, eten, naar bed en om zes uur weer tent afbreken, ontbijten, fietsen. Dag twee was er helemaal geen asfalt (en wel weer 110km). Na 10 uur fietsen kwamen we weer net op tijd voor het avondeten aan. Op dit soort wegen is enige vorm van vering toch aan te raden (maar dat hadden ze in de fietswinkel dus niet gedaan, dus ik stuiterde de hele dag heen wen weer op de fiets.)
Het vooruitzicht om zo nog twee dagen door te brengen deed mij op dag drie besluiten om na de lunch maar op de truck te stappen (voor de laatste 50km) in de hoop dat ik dan tussen tent opzetten en avondeten nog een uurtje tijd zou hebben om te relaxen (het moet toch een soort van vakantie zijn, geen strafexpeditie). Hans, natuurlijk een echte bikkel fietste wel door. De truck (die ook moeite had om over de Soedanese “wegen” te rijden) was er uiteindelijk maar een uurtje eerder dan hij er was. Maar ik heb tenminste een half uurtje in de opgezette tent kunnen liggen, eindelijk vakantie! Die EFI (alles fietsen) ging ik toch nooit halen (Noord Kenia is vijf dagen stuiteren).



Door de woestijn fietsen was ook nog een belevenis op zich, vanaf het laatste woestijn-kamp moesten we al een soort van groep tussen twee bergen die in de verte lagen doorfietsen. De wegen in de woestijn zijn een beetje onduidelijk, er lopen altijd verschillende sporen alle kanten op (ik vermoed dat een Soedanees altijd de kortste route neemt). Er bleken ook nog eens drie bergen te zijn zodat een deel van de groep in de foute richting ging fietsen. Na een paar kilometer werden we door een zenuwachtige groep Soedanezen verteld dat we fout zaten en gingen we dwars door de woestijn (er was geen spoor meer te bekennen) weer de andere kant op. Het schijnt dat er een paar jaar geleden een groepje TdA-ers hier verdwaald is, maar wij zijn gelukkig allemaal teruggevonden.

Soedan tot nu toe: prachtige landschappen, overwegend heel vriendelijke mensen, vrouwen veel opener en vrolijker dan in Egypte. In dit deel van Soedan is de economie ook snel groeiend en de straten zijn vol met bellende Soedanezen en het lijkt in niets op wat je op TV over bijvoorbeeld Darfur ziet..

Nu dus een rustdag in Dongola, een levendig dorpje in Noord Soedan. We kamperen in de voormalige dierentuin (er schijnt nog een schilpad rond te lopen, maar die heb ik nog niet gezien). Het stromend water komt uit een slang ergens midden op het terrein, maar er is water!!!! Gisteren na aankomst konden we heerlijk badderen in de red-box. Best een leuk gezicht zo’n groepje mensen in een te kleine rode doos. De locals gluurden over de muren vrolijk mee (misschien heet het daarom de Dongola Zoo?).









Het is hier winter, vanochtend was het 6 graden in de tent (in de zomer is het ’s nachts 28 graden en overdag 45) maar zodra de zon er is wordt het voor ons in elk geval heerlijk weer voor eind januari (een graadje of 23 in de schaduw). Wij lopen er dan ook om z’n zomers bij, de locals hebben winterjassen aan en bontmutsen op.

Tot slot nog even kort wat antwoorden op de vragen:
Sinds de derde truck er is hebben we echte koffie!!!! Wel slap dat ze niets van zich hebben laten horen Rodney!
Als avondeten in het kamp is het rijst, spagetti of couscous met een prutje met vlees (wie weet of het kamelen zijn) tomatensaus en groenten. Verder zijn er de laatste dagen appels (uit Syrie) en waren er in Egypte mandarijnen.
Op de fiets hebben we 3 liter vloeistof, water (dat wordt behandeld met chloor) en FF (First of Fast Fuel) water met een poedertje.
De localo’s reageren van enorm enthousiast (de meesten) tot iets agressiever (stenen, een enkeling).

Morgen weer vijf dagen fietsen op weg naar Karthoum, de hoofdstad.

(Gwen)


Mentale toestand Hans: Fijn een dagje niet fietsen.
Fysieke toestand Hans: Koortslip (bijna voorbij), verstruikte duim omdat hij op de boot van de trap viel, verbrand voorhoofd (door het korte kapsel), ook een zere onderlip (zie toestand Gwen, maar veel minder erg), stijve knieën, zere kont (tijdens fietsen) en nog meer maar dat wil hij niet meer vertellen omdat ik nu vermoeid begin te kijken.
Mentale toestand Gwen: heeft er vrede mee dat EFI niet meer mogelijk is en gaat vooral genieten.
Fysieke toestand Gwen: Sinds enkele dagen in bezit van een enorm opgezwollen onderlip (zo goed gebotoxed volgens enkele groepsleden dat ik moet overwegen om de bovenkant ook te laten doen). Doktor Luke dacht aan een allergische reactie, maar de aangeboden pillen hielpen niets, dus ik hoop maar dat het vanzelf over gaat.

Lees verder...

woensdag 23 januari 2008

Aangekomen in Soedan + resume Egypte

We zitten vast in Wadi Halfa, Soedan, de plek waar we na de boottocht over het Nassermeer zijn aangekomen.
De trucks die ons begeleiden moeten met een andere boot komen. Die is een stuk langzamer, daarom lieten de trucks ons al twee dagen voor ons vertrek uit Egypte in de steek. De truck-boot is echter nog steeds niet aangekomen. Het schijnt dat bij stevige wind ze ergens het anker uitgooien, en wachten op betere tijden. Het heeft de afgelopen dagen inderdaad behoorlijk gewaaid. Eigenlijk hadden we vanochtend al moeten vertrekken, maar tot op heden nog geen spoor van de trucks. In de trucks zitten ook de meeste van onze spullen die we niet dagelijks nodig hebben. De instructie was alleen het hoogst noodzakelijke voor twee dagen mee te nemen. Door de schone onderbroeken etc. zijn we nu een beetje heen. Gelukkig dat we in Egypte al goed op dit soort zaken hebben kunnen trainen.

Alvast wat eerste indrukken van Soedan. De douane afhandeling was onovertroffen. Iedereen op een rij met zijn bagage. Dan een sticker op elk stuk bagage. Daarna de douane hal weer uit waarbij twee douanemannen een kruisje op elke sticker zetten. En dat was de controle. Waterdicht, komt niets doorheen zonder sticker met een kruisje erop.
Gisteravond keek heel Wadi Halfa Egypte-Kameroen voor de Afrika-cup, tenminste de mannen. Er was geen vrouw te bekennen. Alle cafe's aan het centrale plein hadden rijen stoelen neergezet. Iedereen was totaal op de hand van Egypte. Sommmigen zo uitbundig dat je niet zou vermoeden dat je in een drooggelegd land bent. 4-2 voor Egypte is het geworden hoorden we vanochtend.
Het stadje is zeer ruim opgezet, tussen de huizen niets dan zand. Auto's kiezen meestal de kortste weg, asfalt laten ze voor wat het is.
Asfalt? Ja, er is asfalt. Iemand vertelde dat er vorige nog louter zand was. Mensen die vanochtend een stukje Wadi Halfa uitgingen stuiten echter al snel op de overgang asfalt-zand
Laatste indruk want de verbinding gaat steeds gekker doen: er is internet, bewijs is met deze post geleverd, en bijna iedereen loopt met mobieltjes rond.

Nog snel het op de boot gemaakte bericht erbij plakken:

Resumé Egypte

We zitten op de boot naar Soedan. Lekker, even wat anders dan fietsen. Ons was door de organisatie chaos en een enorme hoeveelheid bagage en passagiers beloofd. Daarom konden we er niet vroeg genoeg bij de boot zijn. De chaos bleek wel mee te vallen, evenals de hoeveelheid passagiers en bagage. Een uur of elf stonden we bij de boot, een uurtje later waren de 70 fietsen en alle bagage geladen. Nu is het wachten tot vier uur op het vertrek. De tocht gaat over het Nassermeer. Onderweg zouden we de tempels van Abu Simbel nog kunnen zien, maar ik vermoed dat het dan al donker zal zijn. Morgenvroeg ergens tussen tien en twaalf komen we aan. Inshallah. Dan gaat de ware beproeving beginnen. De Chinezen, waarover we het hadden in eerdere bijdragen, zijn volgens de laatste berichten alleen aan het asfalteren tussen Dongola en Khartoum. Dongola, daar komen we pas na zes dagen zand- en gravel fietsen aan.

Egypte is achter de rug. De eerste van tien landen.
Na de eerste dag kregen we de indruk voor een schier onmenselijke opgave te staan. Na acht en een half uur op de fiets waren we net voor zonsondergang binnen. Bijna de hele dag hadden we heuvel op tegen de stormwind in moeten rijden. Soms haalden we zelfs in een groepje nauwelijks tien kilometer per uur.
Als ware professionals rijden we met hartslagmeters. Mijn ideale hartslag voor duurinspanning is 140 of minder. Toen ik een keertje keek stond mijn hartslag op 172, andere keren nog steeds ergens in de 160. Alsof je aan een stuk door een eindsprint aan het doen bent.
We zetten de tent op in het donker, het werd heel snel koud, konden achteraansluiten in de rij van zeventig man sterk voor het eten. In de tent kon ik nog net denken ‘hoe gaan we dit in hemelsnaam overleven’ voordat we om half acht ’s avonds uitgeput in slaap vielen. Tegen de koude had ik mijn thermo-underware aangetrokken. Zeg maar het vroegere borstrokje en lange onderbroek, maar dan met lange mouwen, en van een volgens de laatste technologie gemaakt stofje. Als je het uittrekt knettert het aan alle kanten. De eerste vier dagen zouden ze niet meer uitgaan. Daarna kon ik ze zo’n beetje afpellen voor de eerste koude douche en wasbeurt in vier dagen.
De dagen na dag één bleken gelukkig wel iets gemakkelijker te zijn. Langs de Rode zee hadden we meestal een stevige rugwind. Toch komt elke dag nog steeds op een gegeven moment de gedachte op ‘Shit, wat een kolere eind fietsen’. De hoop is dat dit moment steeds verder zal opschuiven, misschien zelfs helemaal zal verdwijnen. Ik heb al mijn eerste twee uur van rijden zonder zadelpijn achter de rug. Geweldig gevoel! Het schijnt dat je kont zich kan aanpassen aan de constante marteling.
Dat de Tour d’Afrique een gemeenschap op zichzelf is gemakkelijk te bewijzen. ‘How is your ass today’ is een volkomen geaccepteerde conversatie starter.
Kamperen op campings in Egypte zou ik niemand aanraden. Gwen heeft er al over gehad. Op beide min of meer officiële campings waar we verbleven trok bijna geen enkele wc door. Wat een mannetje of tachtig in één overnachting dan kan aanrichten is niet in woorden te vatten. Als ik binnen een straal van drie meter kwam van een toiletdeur begon ik te kokhalzen, verdergaan zonder braken was onmogelijk. Dan waren de desert-camps, waar je met een schepje een gat graaft en daarin alles deponeert om het vervolgens af te dekken, een stuk aangenamer.

(Een uurtje of vier later)
Ondertussen is het op de boot half zeven geworden. Twee en half uur na de geplande vertrektijd liggen we nog steeds aan de kade. Dat je niet voorbarig conclusies moet trekken is me eens te meer duidelijk geworden. De hoeveelheid spullen die de afgelopen vier uur op de boot is geladen tart elke beschrijving. En het gaat nog steeds door. Zelfs voor de stuurhut liggen de dozen opgestapeld. De ene na de andere totaal overladen truck komt aanrijden. Tientallen sjouwers brengen de spullen over onder constant geschreeuw. Af en toe wordt het echte ruzie. Naast ons liggen nog twee open boten. Die zijn ook helemaal volgestort. Soms letterlijk, de grote zakken worden zo van bovenop de vrachtwagens in het ruim gesmeten. Daarbovenop gaan weer dozen in alle mogelijke formaten, maar ook losse kruiken, en tafels, en alles wat je maar kan verzinnen. Ik heb al twee grote aquaria gezien, in beide zou een volwassen zeemeermin met gemak passen. Als er sprake is van enige planning dan valt die voor een leek in ieder geval niet te herkennen.. Waarschijnlijk gaan we de open vrachtboten achter ons aan slepen.
Opeens komen we in beweging. Maar op de kade staan nog minstens 5 overladen trucks te wachten. Zouden die op de volgende boot moeten wachten, over een week? O, nee, we gaan nu weer terug naar de kade.

Terug naar het resumé.
De harde cijfers:
Gefietst: 1012 kilometer
In de truck: 0 kilometer
Totale tijd op fiets: 46 uur en 14 minuten
Gemiddelde snelheid: 22,48 kilometer/uur
Langste dag: 8 uur en 32 minuten in het zadel (of staand vanwege de zadelpijn)
Snelste dag: 27,9 gemiddeld
Langzaamste dag: 15,2 gemiddeld
Hoogste snelheid: 52,1 kilometer/uur
Langste afstand op één dag: 169 kilometer

Wat we geleerd hebben de afgelopen tien dagen:
1. Als je denkt dat je naar beneden kunt schakelen, lichter kunt gaan rijden, doe dat dan.
2. Als je denkt dat je kunt eten, doe dat dan.
3. Vies is een rekbaar begrip

Uiteindelijk vertrok de boot om acht uur.
Gwen heeft een geweldig filmpje gemaakt van het laden. Wat je ziet ging van drie tot acht uur non-stop door. Nu maar hopen dat we het kunnen uploaden. (Hans)

Dat uploaden gaat hier zeker niet lukken. Houden jullie tegoed.
Tot over een dag of vijf (Dongola), of anders tien (Khartoum).

Lees verder...

zondag 20 januari 2008

Op naar Soedan

Vandaag aangekomen in Aswan. Morgen een klein stukje fietsen (18km) over de Nasser dam en dan op de ferry naar Soedan. We moeten natuurlijk nog zien of we morgen halen op de fiets, maar ik denk dat we kunnen stellen dat we heel Egypte hebben volbracht!!!

Hadden we in Luxor net onze red-boxen een beetje op orde, moet alles weer anders.
Omdat de trucks met een andere ferry reizen hebben wij drie dagen geen beschikking over de red-boxen. En moest alles gisteren omgeordend worden om in de permanent tassen te passen die wij dan weer de boot op mogen nemen.

Gisteren en vandaag was de camping in een stadion, gisteren stonden we bijna op de middenstip in Edfu, nu mogen in een voor-parkje staan. In plaats van met een schepje de woestijn in voor toiletbezoek maken we gebruik van de geboden faciliteiten van het stadion. Gisteren drie aftandse WC’s en twee zit-WC douche combinaties, na bezoek van 62 fietsers en stuk of 10 staff niet meer de chlorix kwaliteit bezittend die je eigenlijk zou willen, vandaag een redelijk groot kleedkamercomplex die er tot nu toe stukken beter uitziet. Onze normen zijn inmiddels wel verlaagd, dus wij zijn snel tevreden.

Gisteren kwamen ook de BN-ers ineens opdagen. Het bleek toch het programma “Waar is de Mol” te zijn met Johnny de Mol en als gast Filemon Wesselink(?). Er werd helemaal niet meegefietst, Filemon wilde een soort Tour de France verslagje maken van onze Tour. Het was echter geen race dag. Na korte interviews met de racers en Hans(!) hebben we ze echter nooit meer terug gezien. Als niet alles eruit geknipt wordt is het in maart op de TV. (zender Veronica, serie start 28 februari, wij zitten in aflevering vier, alles met een slag om de arm, behalve de zender)

Vandaag weer heerlijk een stukje (115 km) langs de Nijl gefietst. Lekker druk bevolkt met weer veel enthousiaste kinderen, ik heb zeker 100 high-five’s gegeven onderweg. De dag begon anders dan normaal omdat de trucks die altijd voor het ontbijt zorgen al op weg waren naar Soedan. Een lokale falafel verkoper was uitgenodigd om ons te verzorgen. Hij had echter een klein probleem om zijn olie heet te krijgen, dus pas om kwart over zeven was er eten voor de uitgehongerde fietsers die al vanaf zes uur stonden te wachten. Wij waren natuurlijk net op tijd klaar met de tent afbreken om aan te schuiven…

Morgen naar Soedan dus, 18 – 22 uur op de boot. Dan 18 dagen drooglegging (alcohol is ten strengste verboden), waarschijnlijk 11 dagen geen internet en zes dagen geen stromend water. O ja, en de wegen schijnen ook niet verhard te zijn (tenzij de Chinezen hard hebben doorgewerkt). Voor onze blog lezers hebben we om de tijd tot onze volgende bijdrage door te brengen al een aantal Egypte foto’s online gezet.
(Gwen)

Lees verder...

vrijdag 18 januari 2008

Morgen weer op de fiets

Alweer aan het einde van de rustdag. Vanaf de aankomst gisteren niets dan genieten. Gisteravond het lekker laat gemaakt (kwart voor negen pas naar bed), en vanochtend heerlijk uitgeslapen (tot kwart over zeven maar liefst). Vandaag de hele dag heerlijk een beetje aangerommeld. De fietsen zijn schoon, de bagage is compleet herordend, en mijn kapsel kan nu zes woestijn overnachtingen achter elkaar met gemak aan.

Na 6 dagen woestijn

Voorbereid op nog 6 nieuwe woestijndagen











Maar morgenvroeg om kwart voor zes gaat de toeter van de truck weer. Het ontbijt wordt geserveerd. Zo snel mogelijk na zeven uur willen we weer op de weg zitten. Dit keer van Luxor naar Idfu, 120 kilometer, dus een makkie. De dag erna naar Aswan, ook weer zo’n ‘gemakkelijke’ dag van 120 kilometer. Het gemakkelijke schuilt in de heersende noordenwind. Mocht die het laten afweten, of zelfs gedraaid zijn, dan wordt het een heel ander verhaal. Vanaf Aswan op de boot over het Nassermeer naar Soedan. En daarna het noorden van Soedan in. Volgens sterke geruchten zijn de Chinezen daar alles aan het asfalteren. Ik kan er alleen maar voor zijn. Lang leve de vooruitgang. Maar dat zal pas echt duidelijk worden als we er daadwerkelijk zijn.

Gwen en ik hebben een verdeling gemaakt qua bijhouden van het weblog. Gwen neemt het praktische verslag voor haar rekening, ik doe meer de beschouwelijke invalshoek. Een beetje zoals thuis, waar Gwen ook meer de lopende zaken ter hand neemt, terwijl ik vooral beschouwend op de bank zit. Maar net als thuis, waar ik de vuilnis buiten zet als ik het niet vergeet, de helft van het koken, boodschappen doen en afwassen voor mijn rekening neem, zelfs hoofdverantwoordelijke voor de koelkast ben, en Gwen ook wel eens wereld-beschouwend op de bank zit, zal de scheiding niet absoluut zijn.

FIETSEN VERSUS REIZEN
Hans beschouwt: Tour d’Afrique, dat is fietsen (Tour) en Afrika zien (d’Afrique). Mijn indruk van de eerste week is dat de meeste medegroepsleden meer fietsers dan reizigers zijn. De gesprekken gaan meer over al dan niet het grote voorblad gebruiken, hoe de ketting te smeren, of welke band te gebruiken, dan over eerdere reizen of de eigenaardigheden van de landen waar we doorheen zullen gaan reizen.
De opzet van de Tour d’Afrique maakt contact met de lokale bevolking zeker niet onmogelijk, maar moedigt het ook niet aan. We lijken nog het meest op een klein westers dorp dat door Afrika trekt. Of klein westers dorp, bijna middelgroot. Onze karavaan telt 55 fietsers die van begin tot einde meedoen. Daarnaast een stuk of 10 ‘sectional riders’, die haken ergens onderweg af om voor anderen plaats te maken. Dan is er nog een staf van een bijna 10 personen, en een stuk of 15 Egyptisch politiemensen die ons constant begeleiden. Bij elkaar negentig personen. Het vervoer bestaat uit twee grote overland trucks en bus. Die bus wordt in Soedan vervangen door een derde overland truck. De Egyptische politie brengt ook nog een pick-up truck of drie mee. Deze hele karavaan trekt door Egypte. Overdag fiets iedereen overigens voor zichzelf. Dus het kan gemakkelijk gebeuren dat Gwen en ik lange tijd met z’n tweeën fietsen. Maar bij de lunchstop is het weer een drukte van belang. Salades, Egyptische brood en vele potten pindakaas en jam staan voor ons klaar. Ook het ontbijt en het avondeten gebeurt in ons eigen ‘dorp’. Als we ergens onderweg stoppen in een tentje langs de weg voor een Cola is het zeer waarschijnlijk dat er al een stel andere Tour d’Afrique rijders zitten. Maar misschien wordt dat later anders als we in drukker bevolkte gebieden komen, en er keuze zal zijn om ook eens ergens anders te eten. Daarnaast zal er dan om het kamp niet alleen maar lege woestijn te zien zijn, maar een dorpje of een stadje waar je eens op je gemak kan rondkijken.
Contact (net geklaagd over gebrek aan contact met ‘couleur locale’, het echte Afrika gevoel, wordt op mijn wenken bediend, stroom valt in hotel en wijde omgeving uit, zit nu in het pikkedonker met mijn mijnwerkerslamp op te tikken) met bevolking misschien wat minder, maar contact met landschap des te meer. Het is echt fantastisch om op je fietsje door de woestijnlandschappen heen de suizen, of zelfs berg op te kreunen en steunen. Alles is echt mooier vanaf de fiets. Zelfs als je kont zeer doet, en de knieën stijf zijn.
Gisterochtend trouwens ook voldoende contact gehad met de locale bevolking. We kwamen na vijf dagen woestijn voor het eerst weer in de bewoonde wereld. Het groene vruchtbare Nijldal is geloof ik vier keer zo dicht bevolkt als Nederland. Een golf van enthousiasme begeleidde ons toen we eenmaal door de dorpjes en stadjes fietsten. Overal schreeuwende en juichende kinderen. We moesten aan een stuk door terugzwaaien. Overal ‘Hello’, ‘Welcome’ en ‘What is your name’, maar ook ‘Money, money’. Kleine ventjes waren nog wel eens vervelend. Gwen kreeg een handvol bladeren en zand in haar gezicht gegooid, gelukkig had ze haar zonnebril op. Een met volle kracht gegooide steen miste me maar op en halve meter. Heerlijk, contact met de lokalen.
Met een beetje geluk kunnen we in Aswan nog wat schrijven. Anders wordt het Dongola in Soedan, vanaf vandaag over een dag of tien. (Hans)

Lees verder...

donderdag 17 januari 2008

De eerste rustdag

Na zes dagen fietsen staat de teller op ruim 770 km (nee, nog geen eelt te bekennen Paul). Vanmiddag waren we om 12 uur in Luxor en morgen kunnen we genieten van de eerste rustdag.

Een rustdag wil zeggen niet-fietsdag, van rusten zal niet zoveel komen. De was moet worden gedaan (gelukkig hangt die nu al grotendeels op de waslijn), de fiets moet onderhouden (daarvoor moeten we nog even advies vragen aan de “deskundigen”, tot nu toe hebben we de kettingen één keer schoongemaakt en gesmeerd) en de “red-box” moet worden herpakt.
In Caïro waren we blij dat alles zo gemakkelijk in de red-box paste, toen we de dozen echter van en naar de truck moesten sjouwen kwamen we al snel tot de conclusie dat we daar teveel spullen in hadden zitten. De overige spullen zitten in de “permanent bag” die alleen op rustdagen van de truck wordt afgehaald. We blijken in de woestijn kampen echter veel minder nodig te hebben dan verwacht. De dagen tot nu toe verliepen als volgt:
5.30 uur opstaan, het is koud en nog donker.
Billen insmeren, fietskleding aan, alle spullen weer in de red-boxen (ja ze zijn rood), tent afbreken en ook in de red-box doen. Waterflessen bijvullen op de fiets.
Ontbijten kan tot 7 uur, er is havermout pap, egyptische broodjes, pindakaas en jam. Daarna was je je eigen bordje, lepel en mok (er is ook thee en helaas, nescafé) af in de teilen genummerd 1 (heel vies), 2 (iets schoner sopje) en 3 (spoelwater). Daarna moeten ze ook weer in de red-box die dan in de truck geladen kunnen worden.
Tegen die tijd zijn de meeste fietsers al op weg. Ons lukt het nog steeds niet om efficiënt de ochtendrituelen af te werken.
Dan op de fiets, afhankelijk van de afstand van die dag 40 – 70 km fietsen tot we bij de “lunch-truck” zijn. Hier snel een egyptisch broodje jam, pindakaas en heel soms als we niet te laat zijn tonijnsalade naar binnen werken en weer op de fiets.
Bij aankomst (na totaal tot nu toe 94 km (makkie zoals vandaag) tot 168 km (best een eind)) op het kamp snel de mokken weer uit de red-box en een soepje. Tot nu toe zijn we steeds als één van de laatste binnen en is de soep al een beetje koud.
Dan sjouwen met de red-boxen (hopelijk overmorgen al wat minder) naar de plaats waar we ons tentje neerzetten. Tent opzetten. Dan hopen dat het snel tijd is voor avondeten. Gisteren zaten we echter lekker in het zonnetje en hebben zelfs een biertje gedronken vóór het avondeten. Om een uur of zes (het is dan bijna donker) is het praatje met instructies voor de volgende dag en daarna eten. Eten op, bordje weer afwassen, misschien een kopje thee, maar dan om een uur of acht is het echt bedtijd voor ons (de eerste nacht lagen we zelfs om zeven uur al in de tent).
Maar morgen gelukkig rustdag!
(Gwen)



Lees verder...

dinsdag 15 januari 2008

De eerste dagen op de fiets

Jawel, we hebben al 4 fietsdagen (ruim 500km) erop zitten. Een aantal Egypte weetjes op een rij:

In Egypte kan het heel koud zijn,
In Egypte heb je niet altijd wind mee.
Egypte heeft heuvels.

En daar kwamen we op dag 1 al achter. Meer dood dan levend konden wij net voor het donker het kamp bereiken. Na ons zijn een aantal mensen van de weg geplukt omdat het te donker was geworden. Daar gaat hun EFI (every fucking inch, oftewel alles fietsen). Maar zoals Hans al schreef, er is een grote groep relaxte fietsers die al heel wat in de bus heeft gezeten.

Nu verder geen uitgebreid verslag, komt wel uit Luxor. Voor de echte liefhebbers wordt op de officiele site van de TdA wel een dagelijks verslag via de sateliet telefoon opgestuurd.
Vandaag trouwens al wel de eerste lekke band, gelukkig nog op het kamp, het was een spijker. Daardoor vertrokken wel (weer) als laatste, maar daarover later meer.
Fysieke toestand Hans: Totaal uitgeput
Mentale toestand Hans: Heel blij dat we het tot nu toe hebben volgehouden.
Fysieke toestand Gwen: Auw mijn billen
Mentale toestand Gwen: Te moe om te denken.
(Gwen)


Lees verder...